Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ligheid, tegenspoed en lijden : zoodat wij boos zijn, en tot boosheid genegen, van der jeugd en jonkheid af. Want-, gelijk Paulus zegt, wij zijn van nature kinderen des toorns, en onbekwaam tot eenig goed, en van onszelven niets hebbende dan zonde. Gelijk ook David zegt: Er is niemand, die goed doet; allen zijn zij afgeweken; tezamen zijn zij onnut geworden. Want het goede, dat wij willen, doen wij niet; en dat om de zonde, die in ons woont. Van deze inwonende zonde getuigt David, dat wij in ongerechtigheid geboren en in zonde ontvangen zijn, en daarin voortgaan. Want het gedichtsel van des menschen hart is boos van zijne jeugd aan.

Van de vertossing des menschen.

Dewijl wij nu aldus in den toorn Gods en in de schaduw des doods, ja in de hel en verdoemenis liggen, zoo is ons Christus, het licht der wereld, verschenen, en de zon der gerechtigheid opgegaan; welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking; en heeft ons mede levend gemaakt, daar wij dood waren door de misdaden en de zonden; en heeft ons die vergeven, en uitgewischt het handschrift, dat tegen ons was, in inzettingen bestaande, en datzelve uit het midden weggenomen en aan het kruis genageld ; waardoor Hij over alle onze vijanden getriomfeerd heeft, als den dood, den duivel, de hel en de verdoemenis der wet, gelijk God door den profeet Hosea gezegd heeft: Dood, waar is uw prikkel ? hei, waar is uwe overwinning? Maar Gode zijdank, die ons de overwinning geeft, door Jezus Christus. Die ook (naar de belofte Gods) den duivel den kop heeft vermorzeld, in wiens macht wij gevangen lagen, door de overtreding der zonden.

Christus is onze verlossing.

Zoo heeft nu God, om ons daaruit te verlossen, zijn allerliefste pand gegeven, namelijk, zijnen eenigen geliefden Zoon, in wien de Vader een welbehagen heeft, en gebiedt Hem te hooren; dien Hij tot eene verzoening en rantsoen gegeven heeft. Want i alzoo lief heeft God de wereld gehad, dat < Hij zijnen eeniggeborenen Zoon gegeven i heeft, opdat een iegelijk, die in Hem ge- < looft, niet verderve, maar het eeuwige leven 1 hebbe. Insgelijks: Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God zijnen eeniggeborenen Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem. En dit is het eeuwige leven, dat zij U* 2

j kennen (zegt Christus), den eenigen waar1 achtigen God, en Jezus Christus, dien Gij t gezonden hebt. Hij is de waarachtige Mes1 sias, die in de wereld gekomen is, in de , volheid des tijds; waarachtig God, om de . heerschappij des satans te verbreken; en 3 waarachtig mensch, om onze Middelaar - voor God te wezen, opdat Hij ons, die t onder de wet gevangen lagen, verlossen 1 zoude. Hij is het onbesmette Lam, dat voor 1 onze smetten geslacht en geolferd is, tot t eene verzoening voor alle onze zonden, 3 gelijk Jesaja duidelijk getuigt. En Hij, die t rijk was, is om onzentwille arm geworden, 3 opdat wij door zijne armoede rijk zouden worden. Want alle zijne goederen heeft Hij ons geschonken, alle zijne weldaden, al zijne gerechtigheid, verdiensten en.hei, ligheid. En hiervoor moeten wij Hem met | het geloof omhelzen, en met liefde en gehoorzaamheid dankbaar zijn. En wie zoude | Hem niet liefhebben, die ons eerst liefge[ had heeft? Toen wij nog zijne vijanden ^ waren, heeft Hij ons verlost en verzoend, hoe veel te meer zullen wij behouden worden door zijn leven, nu wij zijne vrienden geworden zijn! Want hoe zoude iemand meer liefde hebben, dan dat hij zijn leven voor zijne vrienden zette? Hetwelk Christus als een goede herder bewezen heeft, doordat Hij zijnen Vader gehoorzaam is geweest tot den dood, ja tot den dood des kruises; en is een weinig minder geworden dan de engelen vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor allen den dood smaken zoude; waarom Hij met heerlijkheid en eere is gekroond. Ook is Hij de waarachtige Samaritaan, die olie en wijn in onze wonden gegoten heeft; dat is, dat Hij zijn dierbaar bloed voor onze zonden vergoten, en ons met zulk een duren prijs gekocht heeft. Want (zegt Petrus) wij zijn niet door zilver of goud verlost, maar door het dierbaar bloed van Christus, als van een onbestraffelijk en onbevlekt lam. Want wij zijn niet verlost door het bloed der bokken en kalveren, maar Hij is door zijn eigen bloed eenmaal ingegaan in het heiligdom, eene eeuwige verlossing te weeg gebracht hebbende. Die ons ook getrokken heeft uit de macht der duisternis, en overgezet heeft in het koninkrijk van den Zoon zijner liefde; in wien wij hebben de verlossing door zijn bloed; namelijk de vergeving der misdaden.

Wij moeten tot Christus onze toevlucht nemen.

Aangezien wij dit zeker wet-en, dat wij zonder eenige verdienste onzerzijds (want

11

k

Sluiten