Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij hebben er geene; waarom wij onnutte dienstknechten zijn), alleen door den dood en de wederopstanding van Christus, de eeuwige zaligheid verkrijgen, zoo laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd. En naardien wij elk oogenblik hulp van noode hebben, zoo moeten wij tot Hem gaan. Want Hij zegt bij den profeet David: Roep Mij aan in den dag der benauwdheid, en Ik zal er u uithelpen. En: Al kon eene moedei haren zuigeling vergeten, zoo zal Ik toch u niet vergeten. Gelijk Christus zeifin het Evangelie zegt: Komt herwaarts tot mij, allen die vermoeid en belast zijt; en Ik zal u ruste geven, en gij zult ruste vinden voor uwe zielen. Tot wien zullen wij anders heengaan? Hij heeft de woorden des eeuwigen levens; en het leven is in Hem geopenbaard. Hij is het hemelsche manna, dat onze zielen eeuwiglijk verzadigt; het hemelsche brood; wie daarvan door het geloof eet, zal nimmermeer hongeren, en wie zijn bloed drinkt, zal nimmermeer dorsten.

Christus is de Fontein des eeuwigen levens.

Wederom roept Christus bij Johannes duidelijk, zeggende: Zoo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke. Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stroomen des levenden waters zullen uit zijnen buik vloeien. En dit zeide hij van den Heiligen Geest. Zoo wie gedronken zal hebben van dat levende water, dien zal in eeuwigheid niet dorsten; maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden eene fontein van water, springende tot in het eeuwige leven. Gelijk God door den profeet Jesaja zegt: O alle gij dorstigen, komt tot de wateren, en gij, die geen geld hebt, komt, koopt en eet, ja komt, koopt zonder geld, en zonder prijs, wijn en melk. Daarom laat ons tot deze fontein gaan, om onzen dorst te lesschen ; en niet tot gebrokene bakken, die geen water houden. Want uit zijne volheid hebben wij allen ontvangen, ook genade voor genade. Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en do waarheid is door Jezus Christus geworden.

Christus is onze Middelaar.

Hij is de waarachtige Middelaar, die tusschen God en ons staat, om onze Voorspraak te wezen tegen alle onze beschuldigers; want er is één Middelaar Gods en

der meuschen, te weten de meiisch Christus Jezus. En daarom is Hij de Middelaar des nieuwen Tqstaments, opdat, de dood daartusschen gekomen zijnde, tot verzoening der overtredingen, die onder het eerste Testament waren, degenen, die geroepen zijn, de beloftenis der eeuwige erve ontvangen zouden. Waarom Hij ook volkomenlij k kan zaligmaken degenen die door Hem tot God gaan, alzoo Hij altijd leeft om voor hen te bidden. En Johannes, hiermede overeenkomende, zegt: Indien iemand gezondigd heeft, wij hebben eenen Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den rechtvaardige; en Hij is eene verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonde der geheele wereld; te weten, voor alle volken en natiën der geheele wereld, die zich waarachtig tot God bekeeren; want het Lam is van den beginne geslacht voor de geloovigen; gelijk Christus zelf zegt, dat Abraham zijnen dag heeft gezien, en verblijd is geweest.

Van de rechtvaardig making,

Zoo is dan God geen aannemer des persoons. Want God is niet alleen een God van Joden, maar ook der heidenen; nademaal Hij een eenig God is, die de besnijdenis rechtvaardigen zal uit het geloof, en de voorhuid door het geloof. Want door het geloof worden wij gerechtvaardigd, zonder de werken der wet. Gelijk ook David den mensch zalig spreekt, welken God de rechtvaardigheid toerekent zonder werken, zeggende- Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is. Welgelukzalig is de mensch, dien de Heere de ongerechtigheid niet toerekent.

Christus bidt voor ons.

Zoo dan, wij nu, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus; door denwelken wij hebben den toegang met vertrouwen, om in te gaan in het heiligdom door zijn bloed, waardoor Hij vrede gemaakt heeft tusschen God en ons. Want Hij is onze waarachtige vrede, zoodat wij nu niet meer hebben te vreezen. Want Paulus zegt: Zoo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods ? God is het, die rechtvaardig maakt. Wie is het, die verdoemt? Christus is het, die gestorven is; ja, wat meer is, die ook opgewekt is, die ook ter rechterhand Gods is, die ook voor ons bidt. Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? verdrukking, of

Sluiten