Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

taat op, dat 36 perc. van de vrouwen, die de vragen beantwoordden, het vrouwenkiesrecht zonder eenige beperking wenschten, ruim 35 perc. er niets van weten wilden, 12 perc. het kiesrecht wilden verleend zien aan vrouwen, die hoofden van gezinnen waren of eene zelfstandige positie innamen, en 16 perc. zich van eene besliste uitspraak onthielden. In De Tijd en andere organen kwamen toen vele tegen-, maar ook onderscheidene voorstanders aan het woord, zooals Mr. Wittert, Pater Vrijmoed, Dr. G. A. H. IJsselmuiden, Pater Raaymakers, Prof. Beysens, Prof. Struycken enz. En van de zijde dergenen, die het politieke kiesrecht bestreden, begon men hoe langer hoe meer de verzekering te geven, dat met deze quaestie geen geloofsbeginsel is gemoeid ; het vrouwenkiesrecht is noch met de geloofsleer, noch met het natuurrecht in strijd; zelfs betreurt men het, dat ook tegen het vrouwenkiesrecht alweer beginselen zijn ten strijde geroepen, want van een onverzoenlijken tegenstand kan bij deze practische quaestie, volgens Prof. Beysens, geen sprake zijn.J)

Bij de Christelijk-historische en de Antirevolutionaire partij vonden algemeen en vrouwenkiesrecht evenmin sympathie. Onder de „afgeleide beginselen" spreekt de Christ.-historische Unie alleen uit, dat de Overheid haar gezag uitoefent ten goede van en daarom onder medewerking van het volk, welke behoort toe te nemen, naarmate de taak der Overheid zich uitbreidt, en waarbij zooveel mogelijk alle kringen van het volk tot hun recht moeten komen. Evenzoo verwerpt de Antirevolutionaire partij in haar beginselprogram de volkssouvereiniteit, en dringt aan op bevestiging van den volksinvloed, en, tot betere vertegenwoordiging van het volk door de Staten-Generaal, op invoering van een ander kiesstelsel,

') Zie: Een Katholieke vrouw over het vrouwenkiesrecht, uitgeg. door de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Pater Vrijmoed in De Beiaard Mei 1916. Prof. Struycken over Vrouwenkiesrecht in: Grondwetsherziening, theorie en praktijk. Arnhem 1913 bl 156—166. Prof. Aengenent in De Katholiek, Maart 1916 bl. 153—178 verklaarde er zich tegen, maar niet opgronden aan geloofsleer en natuurrecht ontleend.

Sluiten