Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tent der samenkomst, Ex. 38 : 8 (Leidsche vert.) 1 Sam. 2 : 22, oefenden muziek en dans uit bij groote feesten, Ex. 15 : 20, Richt. 11 : 34, 1 Sam 18 : 6, Ps. 46 : 1, 68 : 26, Am. 8 : 3, Hoogl. 6: 9, waren leden van het tempelkoor, Ezr. 2 : 65, Neh. 7 : 67, ontvingen openbaringen zooals Hagar, Sara en de vrouw van Manoach, traden soms op als profetes, (Mirjam Ex. 15 : 23, Num. 12 : 2, Mich. 6 : 4, Debora Richt. 4 : 2, Hulda 2 Kon. 22 : 13—20, Noadja Neh. 6 : 14, Anna Luk. 2), als richteres (Debora Richt. 4) of als koningin (Athalia).

Maar eene donkere schaduw werd op dat alles geworpen door de polygamie, die, volgens Jezus' woord, Matth. 19 : 8, Mark. 10 : 2—9, van den beginne niet was geweest, maar om de hardigheid des harten werd geduld; ze was volstrekt geen regel, maar werkte toch schadelijk, gelijk het huiselijk leven van Abraham, Jakob David, Salomo bewijst. De wet stond bovendien aan den man toe, om aan zijne vrouw een scheidbrief te geven, als hij iets schandelijks aan haar gevonden had, Deut. 24 : 1. In de practijk kon hier allerlei misbruik van gemaakt worden, zoodat de profeten ertegen moesten optreden, Mich. 2 : 9, Mal. 2 : 14; en de school van Hillel was in lateren tijd van meening, dat er voor het geven van zulk een scheidbrief reeds reden bestond, als de vrouw het eten niet goed toebereid had. Trouwens, niet het Joodsche volk, maar de Rabbijnen dachten laag van de vrouw; zij achtten haar ongeschikt voor de wetenschap, spraken nooit met haar over wetgeleerde onderwerpen, plaatsten haar achteraf in de synagogen, en beschouwden ze als pronklievend en licht verleidbaar; Rabbi Meier beval aan den man dagelijks drie dankzeggingen aan, daarvoor dat God hem niet als een heiden, als eene vrouw, en als een dwaas had laten geboren worden J).

') Verg. het aan Thales toegeschreven gezegde, dat hij het noodlot dankbaar was, dat hij ten eerste als mensch en niet als dier geboren was, ten tweede als man en niet als vrouw, ten derde als Helleen en niet als barbaar, Zahn, Der Brief des Ap. Paulus an die Oalater2. Leipzig 1907 bl. 187. Het Jodendom heeft zich, behalve in zijne eigen nakomelingen, ook zijwaarts in het

Sluiten