Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verheerlijking van het intellect minachtend op de vrouw neerzagen en in haar slechts die deugden waardeerden, welke haar voor den man begeerlijk maakten, stelde het Christendom aan man en vrouw dezelfde zedelijke eischen van geloof en bekeering, van reinheid en matigheid, en schonk hun dezelfde weldaden des heils. Zij zijn beiden burgers van hetzelfde koninkrijk Gods, leden van hetzelfde lichaam van Christus. Onder de leden der gemeente — zoo schreef Paulus daarom aan de Galatiërs, 3 : 28 — bestaat er geen Jood of Griek, geen dienstbare of vrije, geen man of vrouw, want al te zamen zijn zij één (als het ware één persoon, één mensch) in Christus Jezus, en dus leden van het ééne lichaam, waarvan Christus het Hoofd is. In het natuurlijke bestaat er onder hen allerlei verschil van afkomst, stand, geslacht; maar in het geestelijke valt dat verschil weg, zijn rijke en arme, geleerde en ongeleerde, vrije en dienstknecht, man en vrouw gelijk; niemand heeft in de gemeente, op grond van dat verschil, een voorrecht boven den ander; de Griek staat niet bij den Jood, de dienstknecht niet bij den vrije, de vrouw niet bij den man ten achter; vrouwen en mannen zijn erfgenamen van dezelfde genade des levens, 1 Petr. 3 : 7.

Maar deze geestelijke gelijkheid heft de natuurlijke ongelijkheid tusschen man en vrouw niet op, evenmin als die tusschen Jood en Griek, vrije en dienstknecht, rijke en arme enz. Velen hebben hierin eene onverzoenbare tegenstelling gezien, uit de geestelijke gelijkheid tot de natuurlijke gelijkheid besloten en in naam der eenheid in Christus gemeenschap van goederen en van vrouwen, afschaffing van alle gezag en dienstbaarheid geeischt. En zeker ligt hierin een moeilijk probleem, dat in de verschillende tijden ook eene verschillende oplossing vraagt; het is het probleem van natuur en genade, van schepping en herschepping, van algemeene en bijzondere openbaring, van Christendom en cultuur. Maar schoon de geestelijke eenheid predikend, hebben Jezus en de apostelen daarnaast toch steeds de natuurlijke ongelijkheid gehandhaafd, die in de schepping gegeven of onder Gods leiding in de historie tot stand

Sluiten