Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het diaconaat. De naam diakonos, in Rom. 16 : 1 aan Phoebe gegeven, is hiervoor niet beslissend, maar in 1 Tim. 3:11 zegt Paulus, dat de vrouwen evenzoo (als de diakenen) eerbaar moeten zijn, geene lasteressen, wakker, getrouw in alles. Sommigen hebben hierbij aan de echtgenooten der diakenen gedacht, maar dit gevoelen is onwaarschijnlijk,, omdat het woord: insgelijks (of evenzoo) eene andere categorie van personen inleidt; de tekst niet van hunne, maar alleen van de vrouwen spreekt; en ook bij de opzieners,wier vereischten in vers 1—7 worden opgesomd, van hunne vrouwen niet de minste melding geschiedt. Zulke dienende vrouwen, als hier waarschijnlijk worden bedoeld, komen later in de kerkelijke litteratuur ook meermalen voor. Maar het valt moeilijk te zeggen, in welk opzicht de bovengenoemde weduwen en de hier bedoelde diaconessen van elkander onderscheiden waren en in welke verhouding zij tot elkander stonden; soms gaan de weduwen in rang aan de diaconessen vooraf, en soms volgen zij haar. Tot de werkzaamheden dezer vrouwen behoorden niet alleen werken van barmhartigheid, zooals armenzorg, ziekenbezoek enz.; maar men maakte van haar dienst vooral ook gebruik, 1°. door vrouwen in hare woningen te bezoeken en met de leer des Evangelies bekend te maken, en 2" om behulpzaanj te zijn bij het ontvangen der sacramenten, den doop, de handoplegging, de zalving enz. Mannen konden deze diensten moeilijk bewijzen, omdat daardoor allicht aanleiding gegeven zou zijn tot kwaad gerucht. De hulpdienst van het diakonaat kwam daardoor in het Oosten vooral tot ontwikkeling; in het Westen daarentegen bestond alleen het viduaat (de weduwendienst), zelfs nog tot in de derde eeuw toe ').

i 9 Harnack, Mission und Ausbreitung des Christ. in den ersten drei lahrh 2. ioAÜP'Io!. VOi^ Goltz> Der Dienst der Frau in der Christl. Kirche

1905, Zscharnack, Der Dienst der Frau in den ersten Jahrhunderten der Christl.

ÏÏnc In PDB3 m 'c,!ie n-Ór de inhoudsopgave ook litteratuur noemt.

i? RoSLER, Die Frauenfrage 1907, bl. 239 v. Lydia

oTocker, Die Frau in der alten Kirche, Tubingen 1907, Gerlings, De vrouw in het oud-Chnst. gemeenteleven, Amsterdam, 1913. Harrenstein, Het arbeidsterrein der Kerk in de groote steden, Kampen J- H. Kok 1913 Bijlage J

Sluiten