Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan, om de vrouw te verachten; zij leeren allen overeenkomstig de Schrift, vooral in Gen. 1 : 27, dat de vrouw evengoed als de man een mensch is, en naar Gods beeld geschapen.

Maar toch was men er ver van af, om de ongelijkheid van man en vrouw uit te wisschen. Zelfs leefde daarbij nog eenigermate voort de antieke en scholastieke gedachte van de minderwaardigheid der vrouw, welke met Schriftuurplaatsen als Gen. 2 : 18, 3: 16, 1 Cor. 11 :7 v. Ef. 5 : 23, 24, 1 Tim. 2 ; 13, 14 gesteund werd. Al stond de vrouw religieus-ethisch met den man gelijk en al muntte zij in deugden van vroomheid, lijdzaamheid enz. boven hem uit, ze was toch in waardigheid, kracht en heerlijkheid de mindere van den man. Luther zeide : eine Weibsperson ist von Gemüt und Leib viel schwacher, verführlicher und beweglicher als eine Mannsperson, en zoo ongeveer lieten allen zich uit. Vrouwen zijn „mindermenschen zooals Huyghens zegt; of naar de uitdrukking van Cats : alwat een man geiijct, een hooger wesen heeft. Wittewrongel noemt zonder meer de vrouw de mindere, den man den meerdere, het hoofd, den heer, den meester, den leidsman van de vrouw; hij behandelt eerst de plichten van de vrouw, daarna die van den man, want officium ascendit, amor descendit: de plicht klimt opwaarts, de liefde daalt nederwaarts. Als de vrouw begint met haar plichten te vervullen, beweegt zij haar man, om zich behoorlijk jegens haar aan te stellen. Onder die plichten neemt de onderdanigheid, de onderwerping, de gehoorzaamheid de eerste plaats in ]). In het huwelijksformulier van de Geref. kerken in Nederland wordt aan de vrouw het voorbeeld der heilige vrouwen voor oogen gehouden, welke op God hoopten en haren eigenen mannen onderdanig waren, gelijkerwijs Sara haren man Abraham gehoorzaam geweest is, hem noemende heere. Wel wordt deze gehoorzaamheid der vrouw in datzelfde formulier be-

') Verg. bijv. De Moor, Comm. in Marckii Comp. II 982 v. III 46. 2) Wittewrongel, Christelijke Huyshoudinghe I 108. v. Lobstein, Die Ethik Calvins, Strassburg 1877 bl. 99. De voorstelling van Busken Huet, Het Land van Rembrand II 3 bl. 11 v. is echter zeer eenzijdig.

Sluiten