Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het Burgerlijk Wetboek, art. 342, le lid was het onderzoek naar het vaderschap verboden; maar bij wet van 16 Nov. 1909, in werking getreden 15 Dec. 1909, werd deze bepaling geschrapt, zoodat er thans een actie tegen den vader kan worden ingesteld, ten behoeve van het kind tot vordering van levensonderhoud, en ten behoeve van de moeder tot vergoeding van de kosten van bevalling tot zes weken daarna. Vooral de Kinderwetten van 6 Febr. 1901, ingevoerd 1 Dec. 1905, bevattende wijziging en aanvulling van de bepalingen in het Burgerlijk Wetboek omtrent de vaderlijke macht en voogdij, brachten groote verandering aan. Terwijl de vrouw vroeger niet optreden mocht bij voogdij, curateele, als getuige voor den rechter inzake de belangen van minderjarigen, voerden de Kinderwetten eene bijna volkomene gelijkstelling van man en vrouw in. Eene ongehuwde vrouw mag voogdes en curatrice zijn; eene gehuwde vrouw eveneens, maar met toestemming van haar man; beide, gehuwde en ongehuwde vrouw, mogen door den rechter over familieleden worden gehoord; zelfs heeft de vrouw boven den man voor, dat zij de voogdij of curateele weigeren kan.

Volgens art. 160, 161, 163 B. W. is de man het hoofd der echtvereeniging ; de vrouw is aan haar man gehoorzaamheid verschuldigd, moet hem volgen waar hij zijne woning wil vestigen, staat haar vermogen tot beheer aan den man af, tenzij bij huwelijksche voorwaarden vóór het sluiten van den echt anders bedongen is, en kan niets geven, vervreemden, verpanden, verkrijgen zonder bijstand of toestemming van den man. Volgens art. 353—355 staan kinderen onder de macht hunner ouders, maar de vader oefent deze „ouderlijke" macht uit, en de moeder dan alleen, als de vader buiten de

Vrouw, de Vrouwenbeweging en het Vrouwenvraagstuk I 622—638 en Mr. E. Fokker, De staatsrecht, positie der vrouw, ald. 639—654. Wetsartikelen en Kon. Besluiten, waaruit blijkt, dat de Vrouw reden heeft over achterstelling te klagen en op herziening of intrekking daarvan aan te dringen (uitgave van de Vereeniging voor vrouwenkiesrecht en van de Vereeniging ter behartiging van de belangen der vrouw). Stuart Mill handelt over dit onderwerp in het 2e hoofdst. van zijne Slavernij der vrouw, bl. 40, maar heeft Engelsche toestanden op het oog, die door latere wetten aanmerkelijk verbeterd zijn, bl. 42 noot.

Sluiten