Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

feit blijft bestaan, dat fabrieken, werkplaatsen, magazijnen, ateliers, kantoren, winkels enz. vol zijn van vrouwelijke arbeidskrachten. De vrouw behoort in het huisgezin — is een mooie leus, maar de werkelijkheid drijft er dikwerf den spot mede.

De beroepsarbeid der vrouw neemt dan ook in alle landen regelmatig en gestadig toe. In ons land bijv. waren er bij nijverheid, landbouw, handel en verkeer, en huiselijke diensten in 1889 werkzaam : 1.305.041 mannen en 353.093 vrouwen; in 1896: 1.490.185 mannen en 433.399 vrouwen; en in 1909: 1.720.602 mannen en 540.989 vrouwen. *) En hetzelfde verschijnsel doet zich in andere landen voor. 3) Men moet hierbij echter in aanmerking nemen, dat de bevolking van jaar tot jaar, in ons land bijv. in de jaren 1889—1909 met 30 percent, toeneemt, en dat de beroepen en werkgelegenheden door vermeerdering der productie, uitbreiding van het fabriekswezen en specialiseering der techniek, zoowel voor vrouwen als voor mannen voortdurend vermeerderen. Zooals in vroeger tijd de slavernij en de lijfeigenschap de vrouwen van zwaren arbeid bevrijd hebben, zoo heeft in de laatste eeuw de machine het werk in huis aan de vrouwen veelszins uit de handen genomen; maar met de schaduwzijde eraan verbonden, dat diezelfde machine de vrouwen naar de fabrieken trok. Voorts bewijst de statistiek in geenen deele de verwachting van Karl Marx, dat de vrouw als arbeidster de loonen drukken, de mannen verdringen, en de „Verelendung" der maatschappij bevorderen zou. Want de loonen zijn voortdurend gestegen; het lot der vrouw in de verschillende takken van bedrijf is verbeterd; en de mannen zijn niet uit den arbeid verdreven, maar nemen nu nog even goed hunne plaats bij den

') Beroepsklapper. Excerpt van den Vrouwenarbeid uit de uitkomsten der Beroepstelling in het Kon. d. Ned. gehouden 31 Dec. 1909 door Anna Polak. Bureau voor Vrouwenarbeid, 's Gravenhage bl. 8.

2) Verg. voor Duitschland Julius Pierstorff, Weibliche Arbeit und Frauenfrage, in Handwörterbuch der Staatswissenschaften VIII3 678—732, en het geheele vierde deel in het Handbuch der Frauenbewegung over Die Deutsche Frau im Beruf.

Sluiten