Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

arbeid in als eene halve eeuw of meer geleden; de verhouding van de arbeidende mannen tot de arbeidende vrouwen is over het geheel genomen, zichzelf vrij wel gelijk gebleven. De economische en sociale ontwikkeling bewoog zich vóór den oorlog niet in de richting van eene verkwijning en ontbinding der maatschappij, maar in meerdere of mindere mate, in die van grootere welvaart voor alle klassen der maatschappij, niettegenstaande het aantal vrouwen in arbeid en beroep voortdurend steeg. ])

Alverder moet men in gedachte houden, dat cijfers zonder meer nog weinig bewijzen voor den ongunstigen toestond, waarin de arbeidende vrouwen verkeeren. In enkele bedrijven is het aantal gehuwde vrouwen grooter dan dat der ongehuwde; maar het zijn alle bedrijven, waarin zeer weinig vrouwen arbeiden; de bouwbedrijven tellen 312 gehuwde en 190 ongehuwde vrouwen, de scheepsbouw resp. 61 en 13, visscherij en jacht resp. 36 en 24 enz. 2) Voorts zijn er onder de ongehuwde vrouwen ook vele, die zelfstandig zijn en aan het hoofd van een bedrijf staan; weduwen, wier getal door het late trouwen van vele mannen toeneemt, en die na den dood van haar echtgenooten de zaak voortzetten of een eigen zaak opzetten; en eindelijk ook een groot aantal vrouwen, die tusschen den kinderleeftijd en het huwelijk, dus tusschen ongeveer het 15e en 25e jaar, een beroep uitoefenen. Edmund Fischer zegt in het boven aangehaalde artikel, dat het aandeel der gehuwde vrouwen in de geheele industrie zeer gering is; in Nederland bedraagt het 2, in Denemarken en Noorwegen 3, in Duitschland vóór den oorlog 4, en in Oostenrijk 6 percent. In Frankrijk bedroeg dit wel 14 percent, maar dit is daaruit te verklaren, dat de gehuwde vrouwen, die in de huisindustrie arbeiden, medegeteld zijn. 3) In het

') Zoo ook Edmund Fischer, Tendenzen der Frauenarbeit, Social. Monatshefte 1917 Heft 10 bl. 536—540.

2) Beroepsklapper bl. 11.

3) Beroepsklapper bl. 209 zegt, dat in de nijverheidsbedrijven slechts 15,1 percent van de arbeidsters gehuwd is, maar daaronder zijn ook begrepen de 1498 gehuwde vrouwen, die in de veenderijen arbeiden.

Sluiten