Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

handelsbedrijf nam het aantal arbeidende vrouwen toe, maar onder de 545177 vrouwelijke personen, die daarin in Duitschland in 1907 werkzaam waren, bevonden zich slechts 158181 gehuwde vrouwen, en van deze waren 88,5 percent zelfstandig of deelgenoot in de zaak. In het winkelbedrijf verlieten reeds 30 percent hare betrekking met het 18e, en 75 percent met het 25e levensjaar; in 1907 waren er slechts 5595 gehuwde vrouwen of 3,2 percent in dit bedrijf werkzaam. Uit deze cijfers mag men misschien afleiden, dat gehuwde vrouwen niet in industrie, handel en verkeer gaan uit lust tot een beroep, maar eenvoudig, omdat zij door de omstandigheden ertoe gedwongen worden. *)

Nog merkwaardiger is de verschuiving, die er langzamerhand in den arbeid der mannen en der vrouwen plaats grijpt. Men kan in het afgetrokkene wel eischen, dat alle beroepen zonder onderscheid voor beide seksen moeten openstaan, en ook wel beweren, dat vrouwen voor al die beroepen even geschikt als de mannen zijn. Maar de natuur spreekt ook een woord mede, en de keuze der vrouwen gaat krachtens die natuur altijd weer eene andere richting dan die der mannen uit; zij voelen zich het meeste aangetrokken tot die bedrijven, welke 't nauwst zich aansluiten bij huiselijke werkzaamheden. Zoo vinden wij in ons land, dat niet minder dan 38,9 percent van de mannen werkzaam zijn in de nijverheidsbedrijven en slechts 20,6 percent van de vrouwen; daarentegen zijn van de vrouwen 39,7 percent werkzaam in huiselijke diensten (n.1. 215046) en van de mannen slechts 7480 of s/s perc. Verder zijn van de mannen, die arbeiden in de nijverheidsbedrijven, 26 perc. werkzaam in de bouwbedrijven en 16,9 perc. in de bereiding van voedings- en genotmiddelen; van de vrouwen, in de nijverheid werkzaam, arbeiden er slechts 0,4 perc. in de bouwbedrijven, 6 perc. in de bereiding van voedings- en genotmiddelen, maar 60,9 perc. bij kleeding en reiniging en 17,6 perc. in de textiel-

') Edmund Fischer t. a. p. bl. 537.

Sluiten