Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hier te lande waren er in 1916/17 te Utrecht ingeschreven 277 vrouwelijke studenten van de 1249 studenten, in Groningen 178 van de 588, in Amsterdam 330 van de 1370; in Leiden 288 van de 1804; voorts studeerden er in den cursus 1915/16 in Delft 85, en aan de Nederl. Handelshoogeschool te Rotterdom 11 vrouwelijke studenten. Al deze getallen geven wel eenigen grond voor het vermoeden van Prof. Bumm, dat het studeeren bij sommige vrouwen tot eene modezaak wordt. En ouders en meisjes zullen wèl doen, om, voordat zij deze loopbaan kiezen, ernstig de bezwaren in overweging te nemen, die op dezen weg zich voordoen; Prof. Nyhoff aarzelde zelfs, aan de vrouwen den raad te geven, om in de geneeskunde te gaan studeeren, ') hoewel deze studie voor de vrouwen de meeste attractie schijnt te hebben.

Het intreden der vrouw in tal van bedrijven en beroepen heeft — gelijk boven reeds gezegd werd — twee ernstige quaesties aan de orde gesteld, die van de loonregeling en van de vereenigbaarheid van het beroep met de waarneming van de huiselijke en moederlijke plichten. De oorlog heeft ze nog zwaarder gemaakt, dan ze uit zichzelve reeds waren, want de vrouw zal na den oorlog nog meer dan vroeger als arbeidskracht worden begeerd, en ze zal tevens in sterker mate dan weleer als echtgenoote en moeder onmisbaar zijn. Hoe zullen arbeid en moederschap dan met elkander verbonden kunnen worden, en hoedanig zal de loonregeling wezen voor de arbeidende vrouw? Zal de vrouw met den man gelijk worden gesteld, of zal ze, lager bezoldigd, het loon der mannen drukken, dezen uit de bedrijven verdringen, of hun in elk geval eene onaangename concurrentie aandoen ? En nog ernstiger wordt het probleem, als wij de arbeidskrachten in andere deelen der wereld in rekening brengen. Zal het ontwrichte en uitgemergelde Europa den wedstrijd kunnen volhouden met de arbeiders in Japan en China en Indië, die weinig behoeften hebben en voor lage loonen werken ? De loonvraag is inderdaad een hoogst ingewikkeld en moeilijk vraagstuk.

') De Vrouw, de Vrouwenbeweging en het Vrouwenvraagstuk, I bl. 767.

Sluiten