Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen in; de sociaaldemocratie, ofschoon door eenzelfde communistisch ideaal bekoord, gaf toch aan de bescherming der vrouw eene plaats op haar revisionistisch program; en de sociale wetgeving erkende, dat bij den arbeid der vrouw nog andere belangen betrokken waren dan bij dien van den man. Toch zal, ofschoon velen dit wenschen, de Staat weinig kunnen doen tot verhooging van het loon van den vrouwelijken arbeid; want in het uiterste geval zou hij, in verschillende beroepen en bedrijven, een minimumloon kunnen vaststellen, maar daardoor juist de kans beloopen, dat hij de loonen eer deed dalen dan stijgen. Bij de vrouwen zelve ontbreekt het dikwerf aan de noodige energie en samenwerking, om op verbetering van hare positie aan te dringen; zij zijn nog slechts voor een klein gedeelte georganiseerd, en zijn nog al te weinig doordrongen van haar gemeenschappelijk belang. Het meeste heil is daarom nog van zulk eene ontwikkeling der maatschappij te verwachten, dat de beroepen en bedrijven voor mannen en vrouwen zich steeds verder differentiëeren, de opleiding der vrouw voor de haar passende werkzaamheden allengs verbeterd, en de arbeid der vrouw zelfstandig getaxeerd en beloond wordt. J)

Nog moeilijker is het andere probleem, dat de vrouwenbeweging aan de orde heeft gesteld, de vereenigbaarheid n.1. van gezinstaak en beroep. Hoeveel onderzoek en nadenken aan dit vraagstuk reeds is besteed, de oplossing is nog verre van gevonden 2). Van

') Sozial. Monatshefte 1917, Heft 3 bl. 141 v. Heft 4 bl. 195 v. 206 v. Heft 12 bl. 636, Heft 18 bl. 924. Rösler, Die Frauenfrage bl. 131 v. Mausbach, Die Stellung der Frau im Menschheitsleben bl. 100 v.

2) Zie bijv. Bebel, Die Frau und der Sozialismus16 1892 bl. 342 v. Handbuch der Frauenbewegung IV 380—397. Marianne Weber, Beruf und Ehe, Berlin, Schöneberg 1906. Mr. E. Fokker, De gehuwde vrouw als moeder en ambtenaar, Gids 1909. De Vrouw, de Vrouwenbeweging en het Vrouwenvraagstuk I 193 v. Praeadviezen over de maatschappelijke beteekenis van den arbeid der gehuwde vrouw, en de houding, door de Overheid aan te nemen tegenover dat vraagstuk, uitgegeven door de Vereeniging voor de Staathuishoudkunde en de Statistiek, 's Gravenhage Nijhoff 1910. Deze praeadviezen werden uitgebracht door Mej. A. Polak, I. P. de Vooys, en Mej. Dr. E. C. van Dorp. Discussie volgde erover in de Vergadering der Vereeniging te 's Gravenhage 8 Oct. 1910.

Sluiten