Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de zijde van hen, die de gelijkheid van man en vrouw lot het uiterste willen doordrijven, wordt een middel aan de hand gedaan, dat erger is dan de kwaal. Wijl arbeid voor hen het hoogste is, verlangen zij, dat de vrouw evenals de man in de eerste plaats voor den arbeid zal worden opgeleid, en door het gelijke loon voor dien arbeid, zoowel in als buiten het huwelijk, tot dezelfde economische zelfstandigheid zal worden verheven als de man. Maar dit gelijkheidsideaal eischte verder, dat het private huishouden opgelost werd, de huishoudelijke werkzaamheden door rondgaand dienstpersoneel werden verricht, de maaltijden uit centrale keukens aan huis bezorgd of anders in gemeenschappelijke eetzalen genuttigd zouden worden. Man en vrouw zouden dan over dag gedurende acht uren arbeid verrichten, hunne kinderen in dien tijd met die van andere ouders aan beroepverzorgsters toevertrouwen, en den avond met hunne kinderen doorbrengen. Soms werd er ook de wensch mede verbonden, dat het huwelijk veranderen mocht in een privaat, ieder oogenblik verbreekbaar contract en de kinderen spoedig na de geboorte voor rekening kwamen van den Staat.

Al deze wenschen en verwachtingen zijn niet alleen op valsche gelijkheidstheorieën gebouwd, maar vinden ook geen steun in de werkelijkheid. ') Wel is in de moderne maatschappij ook het huisgezin aan eene groote verandering onderworpen; tal van werkzaamheden zijn allengs aan de huishouding ontnomen en naar de fabrieken overgebracht ; en volgens sommiger meening zullen nog meerdere volgen, zooals bijv. de wasch, het naaien en verstellen, het koken en inmaken enz., gelijk in vele gezinnen ook reeds het geval is. Het huisgezin heeft inderdaad zijn karakter van productiegemeenschap voor het grootste gedeelte verloren en is allengs in eene consumtiegemeenschap overgegaan. Maar daarmede is het huisgezin niet vernietigd.

l) Verg. Mr. Clara Wichmann, De moraal in de maatschappij der toekomst, in: De Toekomst der Maatschappij, Maatsch. v. goede en goedk. Lectuur. Amsterdam 1917 bl. 278 v. Dezelfde ook in: De vrouw in Nederland voor honderd jaar en thans, ib. bl. 77 v.

Sluiten