Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfde. Er zijn dus uitzonderingen op den regel; maar de regel is toch, dat vrouwen voor verreweg het grootste gedeelte op vroegeren of lateren leeftijd in het huwelijk treden en kinderen voortbrengen. En daarom behoort deze plicht voorop te staan; in de vervulling van dezen plicht ligt hare eerste en voornaamste roeping; als zij dien naar behooren volbrengt, maakt zij zich verdienstelijk voor Staat en Kerk en Maatschappij, en levert zij een arbeid, die door geen anderen te vergoeden is. De bewering is dan ook onjuist, dat zij voor de ontwikkeling harer persoonlijkheid de uitoefening van een beroep van noode heeft; hare persoonlijkheid ontwikkelt zich nergens rijker en voller dan in den kring van haar gezin. Want ontwikkeling van alle gaven in den mensch is voor ieder onmogelijk, voor den man zoowel als voor de vrouw; het ideaal eener z.g.n. harmonische, in den zin van eene gelijke ontwikkeling van alle gaven en krachten in den mensch, is ondoordacht en onbereikbaar. Ieder wordt en kan slechts ontwikkeld worden in ééne richting en vult daardoor anderen aan. En daarom ligt voor de vrouw in het algemeen de ontwikkeling van hare gaven en krachten in de richting van huwelijk en moederschap.

Nadat dit op den voorgrond gesteld is, blijft er echter ruimte over voor de vraag, of met huwelijk en moederschap niet andere werkzaamheden te verbinden zijn. De geschiedenis antwoordt daarop, dat de vrouw overal en ten allen tijde nog vele andere werkzaamheden heeft verricht, dan die rechtstreeks tot de huishouding en de opvoeding behoorden. Ze heeft gearbeid en arbeidt nog op het veld, in den stal, in de schuur, in winkel of nering, als werkster of schoonmaakster, op het terrein van philanthropie en missie enz. Eenerzijds dreef daartoe het te geringe loon van den man, dat bijverdienste noodzakelijk maakte; en aan den anderen kant bewoog barmhartigheid de vrouw, om haar vrijen tijd en kracht aan de verzorging van armen en kranken te wijden. Nu kan men wel als ideaal stellen, dat de vrouw nooit voor haar gezin aan eene bijverdienste behoefte moest hebben en geheel moest kunnen leven voor

Sluiten