Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den ernstigste» vorm neemt het conflict tusschen gezinstaak en beroep bij die vrouwen aan, die, gehuwd en met de zorg voor kinderen belast, toch ter vermeerdering van de inkomsten van het gezin eiken dag buitenshuis arbeid moeten verrichten. Het getal van deze gehuwde loonarbeidsters is vooral in ons land niet bijzonder groot en het neemt eer af dan toe (verg. boven bl. 88); maar het is toch groot genoeg, om bezorgdheid en mededoogen te wekken, en het wijst op een socialen misstand, die dringend verbetering behoeft. Want volgens aller eenstemmige overtuiging is zulk een dagelijksche beroepsarbeid in hooge mate schadelijk voor de gezondheid der vrouw, voor het gezinsleven, en inzonderheid ook voor het moederschap, voorzoover het zwangerschap, geboorte en zuigelingenverzorging betreftJ).

De Staat heeft zeer zeker in dezen wel eene roeping te vervullen, en hij begint zich daarvan hoe langer hoe meer te kwijten ; hij verleent aan vrouwen en moeders bijzondere bescherming door beperking van arbeidstijd, verbod van nachtarbeid, verbod van arbeid gedurende enkele

wijs te ontslaan, indien zij in het huwelijk treden, loopen de meeningen uiteen. In het buitenland neemt de wetgever een verschillend standpunt in; in Duitschland moeten de vrouwelijke klerken bij den keizerlijken post- en telegraafdienst ongehuwd of weduwe zonder kinderen zijn; in Engeland is het huwelijk alleen geoorloofd aan de directrices en sub-directrices; de Ver. Staten v. Amerika, Frankrijk, België, Noorwegen enz., laten ook gehuwde vrouwen toe; Zwitserland laat gehuwde vrouwen bij den postdienst toe, maar geeft bij den telefoondienst ontslag in geval van huwelijk en bij den telegraafdienst in geval van zwangerschap. Ook hier te lande bestaat er verschil van gevoelen; zelfs handelden Gemeenteraden tegen elkander in. Daarom diende Minister Heemskerk een wetsvoorstel in tot regeling van de positie van vrouwelijke Rijksambtenaren en onderwijzeressen bij het openbaar lager onderwijs, die in het huwelijk treden. Maar dit ontwerp bracht het in de Tweede Kamer niet tot openbare behandeling en werd door Minister Cort van der Linden bij brief van 23 Sept. 1913 ingetrokken. Ook werd een Koninklijk Besluit van 2 Maart 1904, waarbij vrouwelijke ambtenaren bij post en telegrafie ontslagen werden, weder bij K. B. van 23 Oct. 1907 ingetrokken. Anna Polak, Vrouwenarbeid en Rechtsche Politiek, Vragen des Tijds 1912, II, 348—369. Mr. J. A. de Wilde, Het ontslag der ambtenares bij huwelijk. Goes 1910.

') Praeadvies van I. P. de Vooys in de bovengenoemde Praeadviezen van de Vereen, v. Staathuishoudk. en Statistiek 1910 bl. 91 v. Henr. Roland Holst t. a. p. bl. 4 v.

Sluiten