Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Latijn), handwerken (vooral spinnen en weven) en lezing der H. Schrift.J) Al de Middeleeuwen door bleef de opvoeding der meisjes berusten bij de nonnenkloosters, maar daardoor vanzelf ook tot de toekomstige nonnen en dochters uit de hoogere standen beperkt ; van schoolonderwijs voor de meisjes uit den stand der hoorigen is ons niets bekend- Hierin kwam eenige verbetering, toen omstreeks de 13e eeuw de burgerstand zich eene plaats inde maatschappij verwierf. Lezen en schrijven werd toen meer algemeen vereischt, het getal scholen breidde zich uit, naast de kloosterscholen werden er andere door de stadsoverheid of door particuliere personen opgericht, meest voor jongens, maar toch hier en daar ook voor meisjes.2)

Het Humanisme had vanwege zijn aristocratisch karakter voor de volksopvoeding weinig of geen beteekenis. Ofschoon Erasmus aan de ouders ook de opvoeding hunner dochters aanbeval en Joh. Ludovicus Vives in zijne Institutio feminae christianae met grooten ernst op de wetenschappelijke en zedelijke opvoeding der meisjes aandrong, oefende het Humanisme alleen op de geleerde wereld en op enkele vrouwen uit de hoogere standen invloed uit. Van veel grooter beteekenis voor het onderwijs in het algemeen en bijzonder voor dat van de meisjes, was de Hervorming, die den Bijbel in aller handen gaf en het leeren lezen voor alle kinderen ten plicht stelde. Luther verlangde, dat de meisjes minstens één uur per dag de school zouden bezoeken, om de Schrift te leeren lezen, maar ook om voor hare taak in het huishouden te worden voorbereid. De Reformatie sloot dus wel de kloosters en de kloosterscholen, maar zij drong er tevens bij de overheid zoo sterk mogelijk op aan, om in de steden en ook op de dorpen scholen op te richten, waar

') Zie de art. over Basilius en Hieronymus in Roloff, Lexikon der Padagogil I 343 II 766. Ook Dr. J. N. Brunner, Der h. Hieronymus und die Madchenerziehung auf Grund der Briefe an Laeta und Gaudentius, Munchen 1910.

2) Handbuch der Frauenbewegung III 2 v. Dit derde deel is geheel gewijd aan Der Stand der Frauenbildung in den Kulturlandern.

Sluiten