Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leiding, die volstrekt niet met die voor de gezinstaak in strijd is.

Het minst komen de eigenaardige belangen der vrouw op die scholen tot haar recht, waar de meisjes voor een groot deel eene algemeene ontwikkeling zoeken of ook zich voorbereiden voor de studie aan de hoogeschool. Kostscholen zijn niet meer zoo als vroeger gezocht en hebben hare leerlingen voor een annzienlijk deel moeten afstaan aan de hoogere burgerscholen, die 31 Dec. 1915: 2954 vrouwelijke Jeerlingen voor alle, en 145 voor enkele lessen telden, en aan de gymnasia, van welke de openbare in dienzelfden tijd 1136 vrouwelijke leerlingen en 22 toehoorderessen telden. Deze scholen zijn in de eerste plaats voor jongens opgericht en houden met de meisjes als zoodanig geene rekening; deze hebben zich eenvoudig te schikken naar het eenmaal bestaande program. Maar ook hier is er een streven, om het onderwijs meer aan de natuur der vrouw aan te passen. In Amsterdam bestaat er een lyceum voor meisjes met eene A- en eene B-afdeeling; en van Roomsche zijde werd er niet lang geleden een gymnasium voor meisjes opgericht. Het getal meisjes-hoogere burgerscholen is reeds veel grooter; in den cursus 1915/16 maakten 2305 meisjes van het onderwijs in deze scholen gebruik. En op de meisjes-hoogere burgerscholen te 's Gravenhage, Arnhem en Rotterdam werd bovendien nog na de derde klasse eene splitsing der leerlingen ingevoerd, van welke de eene afdeeling zich voor het eind-examen voorbereidt, en de andere eene algemeene litterarisch-aesthetische ontwikkeling ontvangt.

De coëducatie, waarvan de voordeelen niet tegen de ernstige nadeelen opwegen, blijkt dus op den duur niet gewild. De natuur der vrouw verzet er zich tegen, omdat zij daardoor in haar recht en waarde miskend wordt. En de nieuwere richting in de paedagogiek wendt er zich van af, omdat zij niet alleen met de leerstof maar ook met den leerling rekening wil houden, en daarom op in-

') Verg. bl. 168.

Sluiten