Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dei per essentiam, verdienen konden, üit deze twee gedachten, de mystische opvatting van 's menschen eindbestemming en de verdienstelijkheid der goede werken, is de I?oomsche leer geboren van het donum superadditum. Alexander Halesius was de eerste, die ze in eene bepaalde formule bracht. De hemelsche zaligheid en de aanschouwing G-ods, die des menschen eindbestemming is en dit ook voor Adam was, kan ex condigno niet verdiend worden dan door zulke goede werken, welke mot die eindbestemming in overeenstemming zijn, d. i. evenals deze een bovennatuurlijk karakter dragen en dus uit een bovennatuurlijk beginsel, de gratia infüsa, voortvloeien. De justitia, welke Adam nu vanzelf als mensch, als aardsch wezen, door de schepping bezat, was uit den aard der zaak daartoe niet voldoende. En zoo moest dus ook aan Adam, om zijne eindbestemming te bereiken, eene bovennatuurlijke genade worden geschonken, nl. de gratia gratum faciens, het beeld Gods. Haec autem sublimatio creaturae rationalis est supranaturale complementum; et ideo nee consecratio nee adoptio nee assumptio hujusmodi fit per alicjuam proprietatem naturae sed per donum superadditum naturae, consecrans naturam, ut sit templum, assimilans Deo, ut sit filius sive filia, confoederans Deo sive uniens per conformitatem voluntatis, ut sit sponsa; hoe autem fit a Deo mediante gratia gratum faciente 1). Deze leer vond algemeen ingang bij de scholastici 2), werd opgenomen in den Catechismus Romanus 3), later tegen de Hervormers, Bajus, Jansenius, Quesnel verdedigd en gehandhaafd 4), en vormt een van de belangrijkste en kenmerkendste loei in de Roomsche theologie 5). Ofschoon er echter in de hoofdzaak overeenstemming is, is er op ondergeschikte punten toch allerlei verschil. Sommigen, zooals Halesius, Bonaventura, Albertus Magnus, Duns Scotus, Biel e. a.

') Halesius, S. Th. II qu. 91 membr. 1 art. 3.

■) Thomas, S. Theol. I qu. 95. Bonaventura, Brevil. II c. 11. 12. V c. 1. Oomm. van Thomas, Bonaventura, Duns Scotus e. a. op Sent. II dist. 29.

3) Catech. Rom. I 2 qu. 18, 3.

') Bellarminus, de gratia primi hominis. Denzinger, Enchir. n. 881 v.

6) Verg. behalve de boven reeds genoemde werken ook nog Becanus, Theol. Schol. I tract. 5. Casini, Oontrov. de statu purae naturae, afgedrukt als appendix ad librum II de opif. sex dierum van Petavius, Theol. dogm. ed. 1868 IV bl. 587—653. Theol. Wirceb. VII bl. 145 v. Perrone, Prael. theol. III 166—182. Scheeben, Dogm. II 239—514. Id., Natur u. Gnade 1861. Schazler, Natur u. Gnade. Simar, Dogm.3 bl. 326 v. C. Pesch, Prael. III 76—111 enz.

Geref. Dogmatiek II. 07

Sluiten