Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schappij 1). En bij dat alles komt dan nog het verschil over de natuur der gratia gratum faciens, over hare verhouding tot den Geest Gods, tot de ziel en hare vermogens, tot de theologische deugden, tot de goede werken enz. Genoeg, om te doen zien, dat de Roomsche leer over het beeld Gods ook in zich zelve nog niet afgewerkt is en mede daarom het theologisch denken niet bevredigen kan.

288. Vooreerst toch is deze leer gebouwd op eene onjuiste opvatting van 's menschen eindbestemming. De status gratiae en gloriae, waarin de gemeente van Christus hier en hiernamaals deelt, wordt in de H. Schrift op de schoonste wijze beschreven, als een kindschap Gods, als gemeenschap aan de Goddelijke natuur, als aanschouwing Gods, als eeuwig leven, als hemelsche zaligheid enz. Hierover is tusschen Rome en ons geen veschil; geen oog heeft het gezien, geen oor heeft het gehoord, het is in het hart des menschen niet opgeklommen, hetgeen God in de N. Test. bedeeling van het verbond der genade bereid heeft dien, die Hem liefhebben, 1 Cor. 2 : 9. Maar Rome vat deze eindbestemming van den mensch, welke door Christus gerealiseerd is, op als eene neoplatonische aanschouwing van en eene mystische versmelting deiziel met God 2). En dit is niet de leer der H. Schrift. Al die weldaden toch, welke Christus voor de zijnen verworven heeft, worden hun niet eerst geschonken in den staat der heerlijkheid, maar zijn in beginsel hun deel reeds hier op aarde, 1 Cor. 2 : 9, en sluiten toch ook, volgens Rome, de aanschouwing Gods per essentiam niet in. Het kindschap Gods is eene vrucht des geloofs, Joh. '1 vs. 12, Rom. 8: 14v. Gal. 4: 6, 1 Joh. 3: 1, 2. Het eeuwig leven wordt hier reeds genoten en bestaat in een kennen van God in het aangezicht van Christus, Joh. 3:16, 36, 17 :3. Christus is en blijft de weg tot den Vader, tot de kennis en de aanschouwing Gods, Mt. 11: 27, Joh. 1: 18, 14: 6, 1 Joh. 3: 2*. De visio Dei is alleen te verkrijgen langs ethischen weg, Mt. 5 : 8, 1 Joh. 3 : 6. Zelfs het deelgenootschap aan de tHiu yvotg is niet iets toekomstigs alleen, maar is een doel, dat de schenking van Gods beloften

') Gat. Kom. I 2 qu. 18, 3. Verg. voor de leer der Grieksehe Kerk: Br. Georgius B. Matulewicz, Doctrina Russorum de statu justitiae originalis. Freiburg Herder 1904.

2) Verg. boven 177 v.

Sluiten