Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schepping van den mensch van dona supernaturalia spreekt: Rome beroept zich dan ook niet op Gen. 1: 25, 81, Pred. 7 : 29 enz., maai op de voorstelling des N. T. van den status gratiae en gloriae, die echter geenszins als bewijs dienen kan. De Schrift gaat er allerw ege van uit, dat de mensch Gode verwant en zijn geslacht is; de dienst van, de liefde tot, de gemeenschap met God is geen donum supeiadditum, maar den mensch oorspronkelijk, van nature eigen. God eischt den mensch geheel, met verstand, hart, ziel, lichaam en alle krachten, voor zijn dienst en voor zijn liefde op. De zedewet isééne voor alle menschen, in alle tijden en houdt het zedelijk ideaal voor allen even hoog. Er is geen lagere en hoogere gerechtigheidT geen tweeërlei moraal, geen dubbele soort van plichten. De oorspronkelijke gerechtigheid is zoo natuurlijk, dat ze ook volgens de meeste Roomsche Godgeleerden overgeërfd zou zijn op Adams nakomelingen ingeval van zijne gehoorzaamheid, en dat de Heidenen nu nog van nature de dingen doen, die der wet zijn, Rom. 2: 15. Als dan ook tegen deze reformatorische leer wordt ingebracht, dat zij in eene antinomie verkeert, wijl zij de justitia originalis eenerzijds naturalis en toch anderzijds amissibilis en accidentalis noemt '), dan vloeit deze bedenking alleen uit misverstand voort2). Natuurlijk heet de oorspronkelijke gerechtigheid, niet omdat zij in zekere substantie of essentie bestaat, maar wijl zij eene natuurlijke eigenschap of hoedanigheid is. Evenals de gezondheid tot de natuur van den mensch behoort maar daarom wel verliesbaar is, zoo is het ook met het beeld Gods. Beide, Rome en de Reformatie, komen hierin overeen, dat de oorspronkelijke gerechtigheid geen stof, geen geestelijke substantie is, gelijk de Manicheën leeren, maar een accidens, eene qualitas. En het verschil is alleen, of zij natuurlijk accidenteel dan wel, althans voor een deel, bovennatuurlijk accidenteel is 3). Rome leert alleen van de justitia naturalis, dat zij

') Bensdorp in de Katholiek CX bl. 43, verg. ook Strausz, Glaub. 1 708. Lipsius, Dogrn. § 434.

-) Verg. Philippi, Kirclil. Gl. III 4(18.

3) Bensdorp, De Katholiek CX bl. 56—60. Later is de leer der oorspronkelijke gerechtigheid bij Rome door Bensdorp nog breedvoerig verdedigd in De Katholiek CXII Sept. 1896, CXIV Juli—Aug. en Oet—Nov. 1898. CXV 1899 bl. 23—46. CXVI 1900 bl. 22—42, maar hij kan aan de bezwaren, die tegen haar worden ingebracht, niet ontkomen dan door allerlei onderscheidingen te maken, die alleen dienen om zich te redden uit de moeilijkheid. Hij maakt niet alleen onderscheid tusschen substantie, essentie eenerzijds en accidens, qualitas anderer-

Sluiten