Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

natuurlijk accidenteel is; de Reformatie leert het van de gansche justitia originalis.

Maar daarom vervalt ook. gelijk boven reeds werd gezegd, geheel Rome's bezwaar tegen de leer, dat het beeld Gods natuurlijk is ; want zij zelve erkent, dat de justitia naturalis natuurlijk en toch verliesbaar is en kan deze bedenking dus niet meer inbrengen tegen de leer der Protestanten. Rome's leer is dan ook niet voortgekomen uit het bezwaar, dat de natuurlijkheid van de oorspronkelijke gerechtigheid niet met hare verliesbaarheid te rijmen is, maar zij dankt haar ontstaan aan eene gansch andere reeks van gedachten, nl. aan de neoplatonische opvatting van het Christelijk levensideaal. Het is dat neoplatonisme, dat door de Reformatie op grond deiSchrift verworpen is. En daarbij heeft zij voor alle manicheïsme zich gewacht. Door de zonde heeft de mensch geen substantie verloren. In dezen zin is de mensch nog mensch óók na den val. Maar door het verlies van de oorspronkelijke gerechtigheid heeft

zijds; maar als hij er op gewezen wordt, dat accidentia, die wezenlijk eigen zijn aan de menschelijke natuur, zooals gezondheid, de vereeniging van ziel en lichaam, het verstand, de justitia naturalis, toch verliesbaar zijn, onderscheidt hij verder tusschen qualitates essentiales, die in de essentia zijn (zooals redelijkheid) en accidentia essentialia, die buiten de essentia zijn doch er noodzakelijk uitvloeien ; en voorts tusschen accidens tegenov.ir substantia en accidens tegenover proprium, tusschen accidens speciei en accidens individui, tusschen de justitia naturalis als potentia, die als een accidens speciei onverliesbaar is, en de justitia naturalis als actus, die als een accidens individui, door den vrijen wil contingenter uit gene voortvloeit en verliesbaar is, en komt dan ten slotte tot de conclusie, dat de justitia supernaturalis (originalis) wel was een accidens speciei, maar.... »geen accidens speciei naturale (m. a. w. geen accidens essentiale, geen accidens speciei in strikten zin)", De Katholiek Oct.—Nov. 1898 bl. 251, verg. 201 noot. En hij gaat dan zoo voort: dat de justitia originalis een accidens speciei was en de menschelijke natuur desniettemin, ondanks haar verlies, in zich ongeschonden bleef, dat bewijst juist, »dat de justitia originalis geen accidens speciei was in den gewonen zin . Dat wil met andere woorden zeggen, dat aan het einde der redeneering de thesis, waarvan Bensdorp uitging, eenvoudig wordt herhaald en haar bewijs enkel en alleen aan Rome's leer van het donum superadditum wordt ontleend. Deze staat als onfeilbaar op den voorgrond en daarom moeten die onderscheidingen worden gemaakt. De bezwaren, tegen haar ingebracht, blijven dus onverzwakt bestaan: evenals de gezondheid, de vereeniging van ziel en lichaam, de rede, de justitia naturalis (geen substantie zijn in rnanicheeschen zin, maar toch) behooren tot het wezen van den mensch en desniettemin verliesbaar zijn, zoo is de justitia originalis van nature en wezenlijk eigen aan den mensch; als hij ze verliest, houdt hij niet op mensch te zijn, maar wordt hij toch een abnormaal, een gevallen mensch.

Ceref. Dogmatiek II. yg

Sluiten