Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschijnselen, gelijk in het polytheïsme, vergood worden en beschouwd als zichtbare beelden en dragers der Godheid, des teonmogelijker wordt een wetenschappelijk onderzoek, dat immers Vanzelf het karakter van heiligschennis verkrijgt en het mysterie der Godheid verstoort. Maar het Christendom heeft God en wereld onderscheiden en door zijne belijdenis van God als den Schepper aller dingen God losgemaakt uit den natuursamenhang en hoog boven dezen geplaatst; onderzoek der natuur is geen aanranding der Godheid meer. Voorts heeft het daardoor tegelijk den mensch vrij gemaakt van en zelfstandig geplaatst tegenover de natuur, gelijk de schoone natuurbeschouwing bij psalmisten en profeten, bij Jezus en de apostelen zoo klaar bewijst; de natuur is voor den geloovige geen voorwerp van aanbidding en vreeze meer '); terwijl hij in diepen ootmoed voor God zich buigt en van Hem volstrekt afhankelijk is, heeft hij juist de roeping, om de aarde te beheerschen en alle dingen zich te onderwerpen, Gen. 1 :26. Afhankelijkheid van God is heel iets anders dan convenienter naturae vivere en zich schikken naar de omstandigheden. Velen redeneeren zoo, dat zij öf alle dingen en gebeurtenissen aan Gods wil toeschrijven en verzet ongeoorloofd achten, óf dat ze Gods voorzienigheid beperken en vele dingen stellen in handen van den mensch 2). Doch de Schrift waarschuwt ons beide tegen dit antinomianisme en dit pelagianisme en snijdt alle valsche, fatalistische berusting en alle hoogmoedig zelfvertrouwen bij den wortel af. Bukken voor de natuurmacht is iets gansch anders dan zich Gode kinderlijk te onderwerpen; en het beheerschen der aarde is een dienen van God. De kapitein, die bij een storm in zijne hut ging bidden en in den Bijbel lezen, onderwierp zich wel aan de macht der elementen maar niet aan God 8). Er ligt veel meer ware vroomheid in Cromwell's woord: trust God and keep your powder dry. Vervolgens is het de belijdenis van God als den Schepper van hemel en

') Mit souveranem Selbstbewustsein stebt der Hebraer der Welt und der Natur gegenüber — Furcht vor der Welt kennt er nicht — aber auch mit dem Gefühl der höchsten Verantwortlichkeit. Als Gottes Steilvertreter beherrscht der Mensch die Welt, aber auch nur als solcher. Seiner Willkür darf er nicht folgen, sondern allein dem geoffenbarten Gottes willen. Das Heidenthum schwankt zwischen übermüthigem Missbrauch der Welt und kindischer Furcht vor ihren Machten. Smend, Altt. Rel. Gesch. 458.

a) Zoo bijv. Beyschlag t. a. p. bl. 24 v.

s) Harris, God the Creator and Lord of all I 545.

Sluiten