Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leeraar te Freiburg, zoo sterk mogelijk bestreden, en zijne theorie vindt tegenwoordig hoe langer hoe meer instemming.

3°. Nog veel minder is de poging geslaagd, om de verschijnselen, die zich hier voordoen, tot eenige wetten te herleiden; zij zijn daartoe veel te talrijk en te gecompliceerd. Onze kennis van het leven is nog zeer gebrekkig; tal van invloeden, die den bouw en de eigenschappen van het organisme beheerschen, zijn nog onbekend ; ieder oogenblik dreigt dus het gevaar, dat wij een of ander verschijnsel verklaren uit eene oorzaak, die er niets mede te maken heeft, en de ware oorzaak geheel over het hoofd zien. Zoolang het onderzoek niet verder gevorderd is, is het dus voorbarig van vaste, onveranderlijke wetten te spreken. Ribot heeft voor de erfelijkheid der psychische eigenschappen wel een viertal wetten geformuleerd, maar hij gaf den naam van wetten ten onrechte aan zekere regelmatigheden, die hij in de verschijnselen meende opgemerkt te hebben. Heel duidelijk komt dit uit bij zijne derde wet, die van het atavisme, welke slechts uitgevonden schijnt te zijn, om aan de vele gevallen, waarin de gunstige eigenschappen niet overerven en dus de „wet" der herediteit niet doorgaat, een schijn van regelmatigheid te geven. Nicht begriffene Thatsachen scheinen schliesslich bekannt, sobald man sie mit einen bekannten "Worte bezeichnet 1). De hypothese van Lombroso over den misdadigerstype behoort thans reeds weer tot het verleden 2). En de statistiek, al moge zij ook eene zekere regelmatigheid in geboorten, huwelijken, misdaden enz., aanwijzen, is daarmede toch nog geenszins gerechtigd tot de conclusie, dat elk mensch tot zijne daden gedwongen wordt, evenmin als het feit, dat de ouderdom eener bevolking in doorsnede dertig jaren bedraagt, ieder dertigjarige tot sterven dwingt3).

4°. De moeilijkheid, om over de verschijnselen van herediteit te spreken, neemt daardoor nog belangrijk toe, dat ze steeds met verschijnsel-en van variatie gepaard gaan. Er is niet alleen erfelijkheid, maar ook veranderlijkheid; er is eenheid en verscheidenheid, herinnering maar ook verbeelding. Gewoonlijk zegt men nu wel, dat erfelijkheid de wet en de regel, en veranderlijkheid de uitzondering is. Maar dit geschiedt zonder genoegzamen grond, want de

') Kolilbrugge, Der Atavismus. Utrecht 1897 bl. 3.

a) Schermers, De leer van Lombroso. Heusden 1896.

" wundt, Grundzüge der physiol. Psych. II2 397. A. von Oettingen, die Moralstatistik 1882 bl. 24 v. Windelband, Ueber Willensfreitheit 1904 bl. 134 v.

Sluiten