Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die in vorige eeuwen soms eene kolossale uitbreiding hadden verkregen, reeds geheel belast en ontaard moeten zijn.

7°. Op deze gronden wordt er dan verder ook tegen gewaarschuwd, dat men door de herediteit zich late verleiden tot fatalisme en pessimisme. De erfelijkheid is maar ééne zijde van de zaak, naast haar bestaat ook de veranderlijkheid; met de degeneratie werkt ook de regeneratie samen. Of met andere woorden en meer algemeen uitgedrukt: de mensch is eenerzijds product van zijne ouders en voorouders, van zijne omgeving en opvoeding, maar hij is nog iets anders en iets meer, een eigen ik, een mensch, eene persoonlijkheid. Het zal nooit gelukken, om den mensch op traducianistische wijze geheel en al uit het verleden te verklaren, want hij is meer dan een product van vóór en buiten hem werkende factoren, hij is een eigen bestaan en leven deelachtig, hij is een wezen, dat kent en wil en kan 1). Door deze eigenschappen van het hooger ken- en begeervermogen treedt hij uit het rijk der physische natuur eene andere, hoogere, zedelijke wereld binnen. Ook dat is eene wereld, waar wet, regel, orde heerscht; het onderscheid tusschen de physische en de psychische (geestelijke, intellectueele, ethische) wereld is volstrekt niet daarin gelegen, dat in gene alles naar de wet van oorzaak en gevolg toegaat, en dat hier het toeval, de willekeur, de vrije wil van Pelagius heerscht. Neen, ook in de psychische wereld is er oorzaak en gevolg, zijn er ordinantiën en wetten, maar zij zijn van eene andere orde dan die in de natuur. Daarom is er in de psychische wereld even veel verschil als in de physische wereld; alle menschen zijn ongelijk, ook in zelfstandigheid, vrijheid, verantwoordelijkheid, toerekenbaarheid, schuld. Wij kunnen en mogen niet allen over één kam scheren; wien veel gegeven is, van dien zal ook veel geëischt worden, en wie weinig ontving, draagt veel geringer verantwoordelijkheid. Maar dat doet alles niets af aan het feit, dat de mensch een ander, hooger wezen is dan plant en dier; hij verheft zich boven de macht der natuur en stelt tegenover haar zijn: ik ken, ik wil en ik kan. Hij handelt en kan handelen als mensch, als persoon; hij is en hij blijft de oorzaak van zijne handelingen; hij handelt niet zonder oorzaak, maar toch zonder dwang; hij is vrij en blijft, naar de mate

') The individual is not a mere manifestation of the race. God applies to the origination of every single man a special creative thought and act of will. Jones, Primeval Revelation 263.

Sluiten