Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

124

WEZEN EN WEEKING DER ZONDE.

mist en in afdwaling van den rechten weg bestaat; b~:s of "p? duidt haar aan als ombuiging, verdraaidheid, verkeerdheid, als afwijking van de goede richting; ""wE doet haar kennen als overtreding van de gestelde grenzen, als verbreking van de verbondsverhouding tot God, als afval en opstand; rM'd als eene verkeerde daad, die onopzettelijk, uit vergissing is geschied; rd- als een goddeloos, van de wet afwijkend, schuldig handelen en wandelen. Voorts wordt ze door Cwn geteekend als schuld, door als ontrouw, trouwbreuk, verraad, door als nietigheid, door N"w als valschheid, door , ibc. als dwaasheid, door sn als een kwaad, malum, enz. De Grieksche woorden zijn vooral cx^iaQTia, diiuoTijiia, aóixia, ccTteixtsicc, anotSxaGia, TcagaftccGig, 7TaQccxorj: 7taQcemo)fia^ og>eiXrjfia, arof.ncc, nagocvofiia; ze spreken voor zichzelf en beschrijven de zonde als afwijking, onrecht, ongehoorzaamheid, overtreding, afval, onwettelijkheid, schuld; en bovendien wordt de zondige macht in den mensch nog door Cao;, ipv%ixo$ en ncekaioi ccv&qoottos, en in de wereld door xoff/to; aangeduid. Het Latijnsche peccatum is van onzekere afleiding; het Neder!. woord zonde, dat waarschijnlijk met het Lat. sons, d. i. nocens, samenhangt x), is in het Christelijk spraakgebruik een door en door religieus begrip geworden; het duidt eéne overtreding aan, niet van eene menschelijke, maar van eene Goddelijke wet; stelt den mensch in verhouding, niet tot zijne medemenschen, tot maatschappij en staat, maar tot God, den hemelschen Rechter: is daarom ook in vele kringen niet geliefd, en wordt dan liefst door zedelijk kwaad enz. vervangen. Verreweg de meeste dezer namen doen de zonde kennen als eene afwijking, overtreding van de wet. De Schrift vat de zonde steeds op als avo/xia, 1 Joh: 3:4; haar maatstaf is de wet Gods. Deze wet had in verschillende tijden ook eene verschillende gedaante. Adam verkeerde in een gansch bijzonder geval, niemand kan na hem zondigen in de gelijkheid zijner overtreding, Rom. 5 : 14. Van Adam tot Mozes was er geene positieve, door God afgekondigde wet. De tegenwerping kan dus gemaakt worden, dat als er geene wet is, er ook geen overtreding, zonde en dood kan zijn, Rom 5:13, 4: 15. In Rom. 5:12v. geeft Paulus daarop geen ander antwoord, dan dat door de ééne overtreding van Adam de zonde als macht in de wereld is ingekomen en allen beheerscht heeft, en alzoo de dood tot alle menschen is doorgegaan. De overtreding van Adam heeft allen tot zondaren gesteld en allen den

•) Muller, Siinde I 114 v.

Sluiten