Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te bepalen. G-oed verstaan is deze tekst dus eer een argument tegen, dan voor de onderscheiding van peccata mortalia en venialia. En zoo staat heel de Schrift tegen deze indeeling over. De wet is een organisch geheel Jak. 2 :10, wie één gebod overtreedt, is in beginsel schuldig aan alle ; zij moet in haar geheel worden vervuld, Mt.

5 : 17 19 zij eischt ons geheel met heel het hart en verstand,

met ziel en lichaam, Mt. 22 : 37 j voor haar is niets onverschillig en gering; vervloekt is, wie niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, dat hij dat doe, Deut. 27 :26, G-al. 3: 10; zelfs de kleinste en geringste overtredingen der wet, zooals een opwellende toorn, eene onreine begeerte, eene overtollige bevestiging, een ijdel woord, Mt. 5 : 22, 28, 37, 12: 36, Ef. 5:4 zijn zonde, in beginsel aan zondige daden gelijk, en dus als zonde ook avo/xia, vijandschap tegen God. Naar het beginsel beschouwd, zijn er geen kleine en geringe zonden. Nullum peccatum contemnendum ut parvum, cum revera nullum sit parvum, quando Paulus de omm peccato generatim pronuntiaverit, stimulum mortis esse peccatum 1). Wanneer eene zonde, b. v. een ijdel woord, op zichzelve gesteld en uit heel haar verband met den persoon, de omstandigheden enz. losgemaakt wordt, schijnt de bewering bovenmate streng, dat zij den eeuwigen dood verdient. Maar het is juist die abstracte, atomistische beschouwing, welke, als in strijd met de Schrift en met de werkelijkheid tevens, door de Hervormers principiëel verworpen werd. Zonde is geen quantum, dat, van den dader geisoleerd, op de vingers geteld of in de weegschaal gewogen kan worden. De Roomsche onderscheiding heeft feitelijk dan ook tot allerlei kwade practijken geleid. Niet alleen zijn het de theologen er niet over eens, of de vergefelijke zonde God al dan niet beleedigt; of zij al dan niet behoort gebiecht te worden ; of tot haar herstel werkelijk berouw van noode is, dan wel het volbrengen van een of ander verdienstelijk werk voldoende is. Maar allen erkennen ook, dat de onderscheiding beide in theorie en practijk zeer moeilijk en schier niet te handhaven is. Men moet daarom tot allerlei subtiele redeneeringen de toevlucht nemen, die onder de hand heel het karakter der zonde verliezen doen. Waar redeneeringen in den steek laten, telt men de meeningen der doctores op en stelt men zich met eene kleinere of grootere mate van waarschijnlijkheid tevreden. Zoo komt men tot eene atomistische, casuïstische, mechanische, materialistische

') Basilius, bij Gerhard t. a. p.

Sluiten