Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schleierniacher, Chr. Gl. I 422 v. Biedermann, Chr. Dogm. II 56 v. Bartier, Chr. Gl. II 217 v. Philippi, K. Dogm. III 155 v. Frank, Syst. d. chr. Wahrheit I 440 v. Kahler, Chr. Lehre3 bl. 289 v. Von Oettingen, Luth. Dogm. II 531 v. Ritschl, Rechtf. u. Vers. III 326 v. Kaftan, Dogm. § 29. Haring, Chr. Gl. 361 v. Krabbe, Die Lehre v. d. Sünde und. vom Tode. Hamburg 1836. Van Oosterzee, Dogm. § 79. Laidlaw, The Bible doctrine of man 239 v. Orr, Gods Image in man 249 v.

335. De straf der zonde kan hier ter plaatse niet volledig behandeld worden. De gansche, verdiende straf is door God van te voren wel op de zonde bedreigd, maar nadat zij gepleegd was niet voltrokken; ook treedt zij bij niemand in dit leven volkomen in, zelfs wordt zij bij den dood nog niet ten volle toegepast; eerst na het oordeel ten jongsten dage treft zij den schuldige in haar gansche zwaarte. In Gen. 2 :17 had God uitdrukkelijk gezegd: ten dage als gij daarvan eet, zult gij zekerlijk sterven. Deze stellige bedreiging is echter niet volvoerd 1). Er is een element tusschen beide getreden, dat deze straf gematigd en uitgesteld heeft. Adam ■en Eva zijn nog vele jaren na den val blijven leven; Eva werd .zelfs de moeder der levenden; er is een menschelijk geslacht uit hen voortgekomen, dat door de aarde gedragen en gevoed wordt. De aanvangen der geschiedenis zetten na den val, zij het ook in zeer gewijzigden vorm, zich voort. Dit alles is niet aan Gods gerechtigheid, maar, gelijk later duidelijker blijken zal, aan zijne genade te danken. Deze treedt aanstonds na den val in werking. Zij krijgt de leiding der geschiedenis, niet ten koste van, maar in verbinding met het recht Gods. Alle gevolgen en straffen, die na de zonde intreden, dragen dan ook aanstonds een dubbel karakter. Zij zijn niet louter gevolgen en straffen, door Gods gerechtigheid ingesteld, maar alle zonder onderscheid onder een ander gezichtspunt ook middelen der genade, bewijzen van Gods lankmoedigheid en ontferming. Er is hier niet tegen in te brengen, dat God dan in Gen. 2 : 17 onwaarheid heeft gesproken. Daar toch wordt alleen de ware, volle straf aangekondigd, die de zonde verdient; de zonde verbreekt de gemeenschap met God, is geestelijke dood en verdient den dood. Dat die straf gematigd, uitgesteld, zelfs kwijtgescholden

') Anderen geven aan de uitdrukking: ten dage als, den ruimeren zin van : wanneer, of laten den dood reeds intreden op den dag der overtreding, inzoover de mensch toen aan hem onderworpen werd en terstond allerlei smart en lijden te verduren had, Clemen, t. a. p. 242.

Sluiten