Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit gezag kan zijn oorsprong niet hebben in den mensch, want welk mensch kan zich als zoodanig eenig recht aanmatigen ten opzichte van wezens, die volkomen van dezelfde natuur en bewegingen zijn als hij zelf; het kan niet rusten in zijne physische gesteldheid, want deze schept alleen het zoogenaamde recht van den sterkste; en het kan ook niet gegrond zijn in zijne ethische hoedanigheden, want alle menschen zijn zondaren, overtreders van alle geboden der Goddelijke wet, en kunnen in zedelijken zin geen recht of aanspraak maken, om anderen voor hun vierschaar te dagen, te oordeelen en te vonnissen. Zoodra Gods gerechtigheid geloochend, en niet meer aan eene zedelijke wereldorde geloofd wordt, die hoog boven den mensch staat, vervalt ook terstond het recht en het wezen der straf, ook al wordt het woord nog behouden. Die Lehre von der göttlichen Strafgerechtigheit gehort zu den Grundartikeln des christlichen Glaubens. Dass Gott das Böse straft, ist die Grundlage aller menschlichen Strafgerechtigheit. Die, welche sie iiben, handeln im Namen Gottes als seine Diener, führen ein heiliges Amt in seinem Auftrag. Ihre Ordnung ist daher niemals bloss eine Sache der Zweckmassigkeit, sondern beruht auf den unantastbaren Gëdanken von Gut und Bös, die in dem heiligen W illen Gottes begründet sind x).

De geschiedenis der laatste eeuw heeft de juistheid dezer uitspraak in het helderst licht gesteld. Nadat de aanbidding Gods in de achttiende eeuw voor de vergoding van den mensch en in de negentiende voor de verheerlijking van de maatschappij en den staat heeft plaats gemaakt, zijn langzamerhand alle zedelijke en rechtsbegrippen gewijzigd en vervalscht. Kants absolute, idealistische ethiek hield den stroom nog een tijd lang tegen, maar nadat ook zijn kategorische imperatief in het proces der evolutie opgenomen werd, heeft het historisme en relativisme over heel de linie de zege behaald. Het verval der oude, Christelijke, godsdienstige wereldbeschouwing heeft ook de wijziging, ja zelfs de afschaffing en uitbanning van de begrippen goed en kwaad, verantwoordelijkheid en toerekenbaarheid, schuld en straf tengevolge gehad. Met het geloof aan de gerechtigheid Gods verdween ook het geloof aan de gerechtigheid op aarde. Het atheïsme bleek de vernietiging van alle recht en moraal te zijn; ni Dieu ni maitre. Immers, de moderne, positieve, evolutionistische wereldbeschouwing kan de

') Kaftan, Dogmatik 1897 bi. 339, 340.

Sluiten