Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan toch door de maatschappij het recht tot haar rechtelijke handelingen ontleend? Op deze vraag is geen antwoord te geven, want voor recht in eigenlijken zin is er in de moderne criminologie geen plaats meer. Men tracht echter het oude rechtsinstituut nog te handhaven, door van de misdaad eene krankheid en van de straf een geneesmiddel te maken. In deze meening versterkt men zichzelf door de volgende overwegingen: 1°. Evenals al het hoogere uit het lagere is voortgekomen, zoo is ook de straf oorspronkelijk uit persoonlijken haat en wraak ontstaan 5 en ook toen deze langzamerhand door de maatschappij aan den individu, aan de familie en aan den stam is ontnomen, heeft zij nog langen tijd het karakter behouden van lust, om te pijnigen en te martelen. Maar die periode zyn wij thans voorbij 5 Jezus heeft het jus talionis ai veroordeeld 5 het recht moet geëthiseerd worden ; vergelding en straf behooren in eene Christelijke, in eene ethische maatschappij niet meer tehuis. 2°. De statistiek bewijst, dat de misdaden, vooral de herhaling van misdrijven, en ook de misdaden in den jeugdigen leeftijd toenemen. Daaruit blijkt het onvoldoende van het oude systeem. Voor straf schrikt de misdaad niet terug, zelfs de doodstraf is daartoe niet bij machte. Er moet daarom een ander stelsel in de theorie en de practijk van het straffen worden ingevoerd, het systeem n.1. om niet de misdaad te straffen, maar den misdadiger in studie te nemen en overeenkomstig zijn aard te behandelen. 3°. Het feit van de misdaad, waaraan een mensch zich schuldig maakt, is op zichzelf reeds een bewijs van zijne abnormaliteit, van een gebrek in zijne opvoeding, van eene leemte in zijn verstand of eene zwakheid in zijn wil, van dwangvoorstelling of erfelijke belasting, in het algemeen van eene zekere degeneratie. En daarom baat eigenlijke straf tegenover hem niet; veelmeer moet hij als een kranke behandeld, in een gesticht verpleegd, in vele gevallen voorwaardelijk gestraft, onbepaald gevonnist, voorwaardelijk vrij gelaten en ook na de vrijlating onder opzicht gesteld worden. Langs dezen weg bestaat er kans, dat de maatschapdij langzamerhand van de misdagers bevrijd en zelve tot een hooger zedelijk standpunt opgevoerd wordt.

Al waren al deze overwegingen juist, dan zouden zij toch nog niet het recht van de maatschappij bewijzen, om tegenover de misdadigers op te treden, gelijk zij doet en ook in de toekomst zal moeten blijven doen. Want hetzij men meer de theorie huidige, dat de staat tegenover den misdadiger zich beveiligen mag en moet

Sluiten