Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heel de aarde was vóór den val een voorloopige, die zoo niet blijven kon. Hij was van dien aard, dat hij opgevoerd kon worden tot hooger heerlijkheid, maar ook, in geval van 's menschen overtreding, aan ijdelheid en verderfenis kon onderworpen worden. Door de zonde en den vloek Gods kwam overal van onder en van achter de harmonie het regellooze, het chaotische, het daemonische te voorschijn, dat ons verwart en beangst. Er is over de gansche schepping een Schleier der Schwermuth uitgebreid. Ilaau r xriaig gvvgtsvcc&i xul avvwóivsi ').

341. Dit lijden voleindt zich in die andere straf op de zonde, welke de dood heet. Velen zijn van meening, dat de Schrift, behalve op enkele plaatsen, den dood niet beschouwt als gevolg en straf der zonde. Wel is in Gen. 2:17 de plotselinge, terstond intredende dood als straf op de zonde bedreigd, en deze wordt ook altijd als eene ramp en eene straf beschouwd. Maar de dood op zichzelf is veelmeer natuurlijk en is met het stoffelijk organisme van den mensch vanzelf gegeven, Gen. 3 :19, 18 : 27, Job 4 :19, Ps. 89 : 48v., 90:3, 103 :14v., 146 : 4, Pred. 3 : 20, 12 : 7. Zoo oordeelden vroeger reeds de Pelagianen, Socinianen, Rationalisten en oordeelen thans nog vele theologen a). Er ligt in deze voorstelling eenige waarheid. In

x) Naville, Le problème du mal, Genève 1868. Delitzsch, Syst. d. chr. Apol. 1869 bl 141 y. Ebrard, Apolog. I 275 y. Pressensé, Le problème du douleur. Etudes évang. 1867 bl. 1—168. Keppler, Das Problem des Leidens in der Moral. Freiburg Herder 1895. Sterling Berry, Das Problem menschl. Leidens in Lichte des Christ. Aus d. Engl. Heilbronn 1895. Holliday, The effect of the fall of man on nature, Presb. and. Ref. Rev. Oct. 1896 bl. 611—621. Paul Cadène, Le pes simisme légitime, Montauban 1894. James Orr, Christian yiew 217. 495. Harnisch, Das Leiden beurteilt vom theist. Standpunkt. Halle 1881. Lamers, Het probleem des lijdens, Theol. Stud 1896. Hlingworth, The problem of pain, 3d essay in Lux Mundi ed. by Ch. Gore. 13 ed. 1892 bl. 82—92. Henry Hayman, Why we suffer and other essays. London 1890 bl. 1—109. Lemme, art. Leiden in PRE3. Badet, Das Problem des Leidens. Aus d. Franz. Strassburg 1905. Grünberg, Das Uebel in der Welt und Gott. 1907. Vorwerk, Die Naturkatastrophen und die moderne Literatur, Bew. d. Gl. 1908 bl. 104—110. Mayer, Ueber das Leid der Welt, Glauben und Wissen 1909 bl. 402—410. Breitenstein, Le problème de la souffrance. Strassburg 1903. Fairbairn, The philos. of the Ohr. Religion.4 London 1905 bl. 94 v. A. Bruining, Het geloof aan God en het kwaad in de wereld. Baarn 1907, verg. Teylers Theol. Tijdschr. 1908 bl. 372 v. Bavinck, Wijsb. der Openb. bl. 92 v.

2) Schleiermacher, Chr. Gl. § 59. Zusatz. Lipsius, Dogm. § 414. Ritschl, Rechtf. u. Vers. III2 308 v. Kaftan, Dogm. § 29. Smend, Altt. Rel. 504. Marti, Gesch. d. isr. Rel. 193. Clemen, Die Chr. Lehre v. d. Sünde I 233 v. Köberle, Sünde

Sluiten