Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

191

Daarbij komt nog, dat de dood door verval van krachten zoo goed als nooit voorkomt, noch bij menschen noch bij planten en dieren. Bijna altijd treedt de dood in tengevolge van eene ziekte, eene ramp, een ongeval enz.; zelfs als eene enkele maal een mensch zoogenaamd aan verval van krachten sterft, draagt de dood toch nog een pathologisch karakter en wordt hij door eene of andere storing van bepaalde cellen in het lichaam veroorzaakt. Wat is dan de reden, dat de dood bijna alle menschen wegneemt vóór den tijd en dikwerf zelfs in de kracht der jaren, in den bloei der jeugd, in de eerste uren van hun bestaan l) ? De wetenschap kent de oorzaak niet, welke den dood tot eene noodwendigheid maakt 2). Dat de mensch sterft, zegt daarom Prof. Pruys van der Hoeven in zijne Studie der Christ. Anthropologie, is een raadsel, dat zich alleen verklaren laat door de ontaarding zijner natuur 3). Le mystère de la mort reste aussi intact que celui de la vie 4).

342. De laatste, hier te bespreken straf der zonde bestaat daarin, dat de wereld in ethischen zin in de macht van Satan en zijne engelen gekomen is. Sedert Satan den mensch verleid en ten val heeft gebracht, Joh. 8 : 44, 2 Cor. 11: 8, 1 Tim. 2: 14, Op. 12 : 9,

en klachten uiten en hem soms ook verwijderen of begraven, Handelsblad 25 Jan. 1901. Over den leeftijd van vele planten, boomen en dieren, zie H. Miehe, Die Erscheinungen des Lebens. Leipzig 1907 bl. 64—70.

x) E. Metchnikoff, hoogleeraar te Parijs, verwacht niets van godsdienst en wijsbegeerte, houdt het geloof aan onsterfelijkheid voor een dwaas vooroordeel, maar verwacht van de wetenschap, dat zij bij hare verdere ontwikkeling het ontijdig sterven en de ziekelijke degeneratie van de organismen overwinnen, het leven aanmerkelijk verlengen en het schrikkelijke van den dood geheel wegnemen zal. De mensch zal dan uitleven als eene plant, en den dood niet meer vreezen maar er naar verlangen. Verg. over M. Dr. van Loghem in Mannen en Vrouwen van beteekenis. Girgensohn, Zwölf Reden über die Chr. Religion. München 1906 bl. 361.

2) de Varigny, t. a. p. bl. 18.

3) Bij Delitzsch, Apol. bl. 126.

4) Delage, La structure du protoplasma 1895 bl. 354. 771. Zie verder Sabaticr, Le problème de la mort'2 1896. Bourdeau, Le problème de la mort, ses solutions imaginaires et la science positieve2 1896. Bourdeau, Le problème de la vic. Paris 1901. Daloz, Le problème de la vie. Lyon 1901. Newman Smyth, The place of death in evolution. London Unwin 1897. Henry Mills Alden, A. study of death. Harpers 1895. Grawitz, Ueber Leben und Tod. Greifswald Abel 1896. C: Th. Muller, Das Ratsel des Todes. Barmen 1905. O. Bloch, Vom Tode. Berlin 1909, verg. de bespreking ervan in Sozial. Monatshefte 1909 bl. 1371 v.

Sluiten