Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Coccejanisme, straks met het Cartesianisme in verbond, won steeds meer ingang en leidde niet alleen tot oppositie tegen verschillende dogmata, maar droeg ook bij tot degradeering van het 0. T. Overal drong onbewust de meening door, dat het O. T. nog slechts historische waarde had en dogmatisch van geen belang meer was. Uit deze veranderde dogmatische beschouwing werd vanzelf te harer tijd de historische critiek van het O. T. geboren, inzonderheid sedert Spinoza en R. Simon. Het rationalisme en supranaturalisme had van de beteekenis en waarde des O. T. niet het minste besef. Vorens Kant was het Jodendom slechts ein InbegrilT bloss statutarischer Gesetze, auf welchen eine Staatsverfassung gegründet war; de moralischen Zusatze waren maar een aanhangsel en er niet wezenlijk aan eigen; het Jodendom wilde heel geen kerk maar alleen staat zijn, en vorderde daarom alleen uitwendige waarneming der geboden, geene innerlijke gezindheid. Het Christendom is niet uit het Jodendom voortgekomen, maar is er de volle afschaffing van 1). Bij Schleiermacher is het Jodendom wegens zijn particularisme nog verwant met het feticisme, en staat het in zijne verhouding tot het Christendom gelijk met het Heidendom 2). Hegel plaatste het Jodendom als de Religion der Erhabenheit nog beneden de G-rieksche religie der schoonheid en de Romeinsche religie der doelmatigheid 3). Vatke en Bruno Bauer, beiden leerlingen en Hegel, zochten deze wijsgeerige beschouwing van het O. Test. door de historische critiek der Bijbelboeken te bevestigen. De Schriftcritiek der laatste eeuw heeft niet de wereldbeschouwing veranderd, doch de gewijzigde wereldbeschouwing vergde een dikwerf zeer negatief oordeel over de groote feiten der Heilige Schrift 4). In de O. T. Schriftcritiek zijn dan ook heden ten dage alle beschouwingen teruggekeerd, die vroeger door de Gnostieken, Anabaptisten, Socinianen, Rationalisten over het O. T. werden voorgedragen. Jahveh is niet de ééne, ware God, de Vader van onzen Heere Jezus Christus, maar een volksgod van Israël, oorspronkelijk een zonnegod. Het volk van Israël is niet door God verkoren, maar was oudtijds eene woeste horde van verschillende stammen, die aan allerlei polytheïsme

*) Kant, Religion innerhalb usw. ed. Rosenkranz bl. 150v.

2) Schleiermacher, Chr. Gl. § 8, 4. § 12. § 132.

3) Hegel, Werke XII 39 v.

4) Van den Bergh van Eysinga, Levensbeschouwing, Zutphen. bl. 25, en de artikelen over Reactie of Vooruitgang (van Prof. Eerdmans), in het Theol. Tijdschr. 1908.

Sluiten