Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de niet-willekeurige, maar toch tijdelijke, zinnelijke, nationale vormen, waaronder de ééne en zelfde genade in den ouden dag geopenbaard werd. De nieuwe bedeeling neemt in zekeren zin al een aanvang, als met de geboorte van Johannes den Dooper en van Jezus de Oudtest. beloften beginnen vervuld te worden. Toch blee de oude bedeeling nog van kracht tot den dood van Christus toe 1). Jezus zelf was Israeliet, vervulde alle gerechtigheid en wendde zich nog alleen tot de verlorene schapen van het huis Israels. Maar bij zijn dood scheurt het voorhangsel, Mt. 27 :51, sterft de testamentmaker, Hebr. 9:15—17, wordt het Nieuwe Testament gegrond in zijn bloed, Mt. 26:28, het handschrift der wet, dat tegen ons was, uitgewischt, Col. 2:14, de middelmuur des afscheidsels verbroken, Ef. 2 :14 enz. Feitelijk moge de oude bedeeling nog lang nawerken, rechtens is zij afgeschaft. Of beter nog, afgeschaft is er niets, maar de vrucht is rijp en breekt door den bolster heen; de kerk, die als een kindeke in Israels moederschoot gedragen werd, wordt tot een eigen zelfstandig leven geboren, en ontvangt in den H. Geest een eigen, immanent levensprincipe; de zon der gerechtigheid is gerezen tot in het zenith des hemels en schijnt over alle volken heen; wet en profeten zijn vervuld en hebben in Christus als hun einde en doel hunne bestemming bereikt. De wet is door Mozes gegeven, maar de genade en waarheid is door Jezus Christus geworden, Joh. 1:14; Hij is de waarheid, Joh. 14: 6r het lichaam, Col. 2:17, in wien alle beloften en schaduwen verwezenlijkt zijn. In Hem is alles vervuld. Hij is de ware profeet, priester en koning; de echte knecht des Heeren, het ware Uaar^iov, Rom. 3:25, de ware offerande, Ef. 5:2, de ware besnijdenis, Col. 2:11, het ware pascha, 1 Cor. 5:7; en daarom is zijne gemeente het ware zaad Abrahams, het ware Israël, het ware volk Gods, Mt. 1: 21, Luk. 1: 17, Rom. 9 : 25, 26, 2 Cor. 6 : 16-18, Gal. 3 • 29 Tit. 2 : 14, Hebr. 8 : 8-10, 1 Petr. 2 : 9, Op. 21: 3, de ware tempel Gods, 1 Cor. 3 :16, 2 Cor. 6:16, Ef. 2:22, 2 Thess. 2: 4, Hebr. 8:2, 9, het ware Zion en Jeruzalem, Gal. 4:26, Hebr. 12 : 22, haar geestelijke offerande de ware godsdienst, Joh. 4 : 24, Rom. 12:1, Phil. 3:3, 4:18 enz. Er gaat niets van het Oude in het Nieuwe Testament teloor, maar alles wordt vervuld, is voldragen, bereikt zijn wasdom en brengt nu uit het tijdelijke omhulsel de eeuwige kern te voorschijn. Het is niet zoo, dat er onder Israël

i) Verg. M. Vitringa, Doctr. VI 292—300: de initio Novi Testamenti.

Sluiten