Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dorst naar eene verlossing, die hem verlost naar het lichaam maar ook naar de ziel, voor den tijd maar ook voor de eeuwigheid. En deze kan alleen de religie, of anders niets ter wereld hem geven; God alleen kan ze hem schenken, maar geen wetenschap of kunst, geen beschaving of cultuur. Om die reden is verlossing een religieus begrip, wordt zij in alle godsdiensten aangetroffen, en gaat zij ook bijna altijd met de idee van verzoening gepaard. "Want de verlossing, welke de mensch zoekt en behoeft, is zulk eene, waardoor hij in de gemeenschap Gods boven de gansche wereld verheven wordt.

Naarmate het kwaad, waarvan de mensch verlost wenscht te worden, en de Godheid, met wier hulp hij die verlossing hoopt te verkrijgen, anders worden gedacht, slaat hij natuurlijk ook een anderen weg ter verlossing in. Als hij het physisch kwaad (ziekten, rampen enz.) voor het hoogste kwaad houdt en de Godheid met de natuurkracht vereenzelvigt, dan neemt hij, niet alleen bij de ruwe, onbeschaafde volken, maar ook in de centra der cultuur en onder de beschaafdste standen, tot de practijken der theurgie en der magie de toevlucht. Wordt de Godheid aan de aleenheid gelijk gesteld en dus het kwaad vooral in de eindigheid en de bijzonderheid gezocht, dan ontstaat die mystische richting in de religie, welke den mensch door de ascese van de eindigheid bevrijden en door de extase (meditatie, contemplatie) met de Godheid in gemeenschap brengen wil. En als de Godheid ver van de wereld wordt gedacht en de natuur en de zedelijke orde zelfstandig worden opgevat, dan zoekt de mensch zijne verlossing in den weg van navolging van de natuur of onderhouding van de geboden. Polytheïsme (in zijne verschillende vormen, animisme, spiritisme, polydaemonisme, pluralisme enz.), pantheïsme en deïsme geven, ieder voor zich, aan de verlossingsidee eene eigenaardige wijziging.

Eén verschijnsel is er echter in de godsdiensten, dat in verband met de verlossing bijzonder onze aandacht verdient, en dat is de offerande. Wanneer men de beteekenis niet op eene verwarrende wijze wil uitbreiden tot elke acte, waarbij de mensch iets van zijn persoon, dienst of bezit aan de Godheid toewijdt, is onder offerande die godsdienstige handeling te verstaan, waarbij een mensch eene stoffelijke gave aan de Godheid aanbiedt en in haar dienst vernietigt, ten einde zich daardoor hare gunst te verzekeren. De namen, die ervoor gebruikelijk zijn, wijzen bijna alle op de vrijwillige gave, die in de offerande aan de Godheid aangeboden wordt, of op de vernietiging, welke er met die gave plaats heeft, nn;?:, n?J »

Sluiten