Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was de zetel der ziel. Door vrees voortgedreven en verlangende, om de gunst en den vrede der Godheid te verwerven, nam hij zelfs tot het offeren van menschenlevens de toevlucht»). Versterkt werd deze gruwzame dwaling nog door de physiologische gedachte, dat het eten van het vleesch en het drinken van het bloed van den geofferde aan dengene, die het nuttigde, diens lichamelijke en geestelijke kracht mededeelde. En dit leidde weer eenerzijds tot de opvatting van de offerande als een maaltijd voor de menschelijk gedachte goden, en andererzijds tot de anthropophagie, welke niet in de dierlijke natuur van den mensch, maar in de ontaarde religie haar oorsprong heeft 2).

Eindelijk komt er allengs in alle godsdiensten een bijzondere stand van priesters op. Heilige personen, die de gemeenschap met God voor anderen bewerken en in stand houden, komen bij alle volken en stammen voor; toovenaars en waarzeggers worden overal aangetroffen. Vooral treden ook koningen, profeten en priesters als zulke middelaars in den godsdienst op. Het woord priester komt van presbyter, oudste, en had dus oorspronkelijk in het geheel geen hieratischen zin; de namen in andere talen, zooals "hb, ieQsvg, sacerdos duiden de priesters aan als zoodanige personen, die voor God staan en in zijn dienst werkzaam zijn, bepaaldelijk met den cultus der offeranden zijn belast. Hoezeer nu zulk een priesterschap in schier alle godsdiensten voorkomt 3), de oorsprong ervan is ons ■onbekend. Volgens de Schrift was er in den oudsten tijd nog geen bijzondere stand van priesters; Abel, Kain, Noach, de aartsvaders brengen nog zeiven hunne offeranden, Gen. 4: 3, 4, 8 : 20, 12 :7 enz.; eerst als onder de volken het zondebesef sterker wordt en het bewustzijn van de scheiding van God toeneemt, komt allerwege de idee van een middelaarschap op; de mensch, die zelf het beeld Gods verloren heeft en niet meer als profeet, priester en koning optreden kan, voelt behoefte aan bijzondere personen, die met deze ambten bekleed, zijne plaats innemen, Gods zaak bij hem en zijne zaak bij God bepleiten kunnen. Zoo wijst alle priesterschap en offerande der menschheid, direct in Israël, indirect ook bij de volken, naar de ééne, volmaakte offerande heen, welke door Christus, den

') Schneider, Die Naturvölker 1885 I 186 v.

2) Schneider t. a. p. Ook volgens R. W. Smith, t. a. p. bl. 279 zijn de men«chenoffers na die van dieren ontstaan.

3) J. Lippert, Allgem. Gesch. des Priesterthums. Berlin 1883—'84.

Sluiten