Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

o. a. die allen zeiden, dat Christus alleen mediator was, in quantum homo; nam in quantum Deus non mediator sed aequalis Patri estx); en deze theologen werden door Stancarus heel wat hooger geschat, dan de Hervormers: plus valet unus Petrus Lombardus, quam centum Lutheri, ducenti Melanchtones, trecenti Bullingeri, quadringenti Petri martyres et quingenti Calvini; qui omnes si in mortario contunderentur, non exprimeretur una uncia verae theologiae. Lutherschen en Gereformeerden kwamen daar ten sterkste tegen op en beweerden, dat Christus middelaar was naar beide naturen, dat Hij als zoodanig van eeuwigheid was aangesteld en dat Hij het ambt van middelaar ook reeds in de dagen des O. T. had vervuld 2).

De Roomschen hielden daartegen wel staande, dat Christus alleen middelaar was naar zijne menschelijke natuur, maar zij moesten toch erkennen, dat Christus, om middelaar te zijn, beide God en mensch moest wezen, dat beide naturen het suppositum en de substantia mediatoris uitmaakten en konden dus alleen nog beweren, dat Christus de middel aars werken, zooals het zichzelf offeren, het lijden, het sterven volbracht in zijne menschelijke natuur, dat deze dus alleen was het principium quo, het principium formale van de middelaarswerken 3). Doch deze scheiding tusschen den persoon en het werk des middelaars is niet vol te houden; de middelaarswerken hebben juist dit eigenaardige, dat zij door den éénen persoon met beide naturen zijn verricht. Dat wil niet zeggen, gelijk Petavius aan Lutheranen en Calvinisten toedicht 4), dat dezen aan de Goddelijke natuur van Christus per sese et ab humana divulsa, het middelaarswerk toeschrijven. Niet naar zijne Goddelijke natuur als zoodanig, als ééne en gelijk met den Vader en den Geest, is de Zoon middelaar, maar wel naar die Goddelijke natuur xav oixovo/iiav, quatenus secundum eam voluntaria illa dispensatione gratiae se submiseritB). De Schrift noemt dan ook meermalen Christus naar zijne Goddelijke natuur subject der vernedering,

*) Augustinus, die civ. Dei XI 2. Conf. X 40. Lombardus, Sent III dist. 19. Thomas, S. Theol. III qu. 26 art. 2.

2) Die Symb. Bücher der ev. luth. Kirche ed. Müller bl. 622. 684. Gerhard, Loc. IV. 325. Quenstedt, Theol. III 273. Calvijn, in twee brieven, Corpus Ref. XXXVII 337—358. De dienaren der kerk van Zurich in twee brieven PRE3 t. a, p. Polanus, Synt. Theol. bl. 430. Turretinus, Theol. El. XIV qu. 2. ■) Bellarminus, de Christo V c. 1—8. Petavius, de incarn. VII c. 1 4. <) t. a. p. XII 4, 9.

4) Polanus, Synt. Theol. bl. 430.

Sluiten