Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is volbracht in en door Christus' leven en sterven. Gelijk echter zijn koninkrijk door Hem onderscheiden is in een onzichtbaar geestelijk en een zichtbaar, op aarde eens te stichten rijk; gelijk Hij zelf eenmaal gekomen is, om te lijden, en straks wederkomen zal om te oordeelen levenden en dooden ; zoo wordt de verlossing, door Christus aangebracht, langzamerhand uitgewerkt en toegepast, eerst geestelijk, daarna lichamelijk. Xu in deze bedeeliug worden de geloovigen geestelijk bevrijd van alle schuld en macht der zonde en van al hare gevolgen, van wereld, Satan, dood; zij hebben de vergeving der zonden en het eeuwige leven; wet, Satan, dood kunnen hun deze niet meer ontrooven; en eens zullen zij ook uitwendig, lichamelijk van alle zonde en heerschappij der zonde bevrijd worden. De ganscbe herschepping, zooals ze voltooid zal zijn in den nieuwen hemel en de nieuwe aarde, is vrucht van het werk van Christus. Gelijk het eenzijdig is, om met Alting de vrucht van Christus' werk alleen in de verlossing van den eeuwigen dood te zien; even eenzijdig is het, om met Ritschl die vrucht tot de geestelijke, ethische heerschappij van den Christen over zonde en wereld in het Diesseits, te beperken. De gansche persoon van Christus, beide in zijne actieve en passieve gehoorzaamheid, is de volkomene borgtocht voor de gansche verlossing, welke God uit genade aan mensch, menschheid en wereld schenkt1).

3S7. Terwijl Piscator en vele anderen in vorige eeuwen de obedientia activa van het middelaarswerk van Christus uitsloten wordt in de nieuwere theologie zeer dikwijls de obedientia passiva miskend of ook ten eenenmale ontkend en bestreden. Nadat Socinianisme en Rationalisme de satisfactieleer aan eene scherpe critiek hadden onderworpen, hebben vele theologen in den nieuweren tijd haar in mystischen of ethischen zin omgesmolten, maar haar daar-

0ver de actleve gehoorzaamheid zijn verder te raadplegen: Calvijn, Inst II 16, 5. IH 14, 12. Comm. op Rom. 5:19. Gal. 4:4. Gomarus, Theses theol. disp.

J. Juntus, Theses theol. 36, 8. Synopsis pur. theol. 29, 35. Turretinus, Th. EI. XI 22. XIV 13. Cloppenburg, Op. I 504 v. Witsius, Oec. foed. II 3, 18 v. Coccejus, de foedere V 93. Quenstedt, Theol. III 281. Gerhard, Loei XVI 57 v. Walch, Comm. de obed. Christi activa 1755. Baur, Versöhnung bl. 478 v. PhiUppi, Der thatige Gehorsam Christi 1841. Id., Kirchl. Gl. IV 2 bl. 142 v. Frank, Chr. Wahrheit II 172. Id., Nene Kirchl. Zeits. 1892 bl. 856. Ritschl, Eechtf. u.' Vers. r- 271 v. A. A. Hodge, The atonement bl. 248-271. J. Scott Lidgett, The spiritual principle of the atonement bl. 139 v.

Sluiten