Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ding; schoon met de zonden van den offeraar beladen en alzoo des doods waardig, werd het offerdier toch niet eenvoudig gedood, maar geslacht. Het was niet om den dood als zoodanig, zonder meer, te doen, want het offerdier is bestemd, om verzoening te doen en den offeraar te herstellen in Q-ods gunst. Die gunst is niet te verwerven door den dood van het offerdier zonder meer, maar daardoor dat het bloed, de ziel, het leven van het wel met de zonden des offeraars beladen en daarom gedoode, maar toch in zichzelf volkomen onschuldige offerdier Gode toegebracht en gewijd wordt. Zoo doet dat bloed, als de zelfofferande van een levend wezen, dat daarom niet gedood maar geslacht wordt, verzoening over de zonden van den offeraar; het maakt, dat heel het dier in de verbranding Grode is tot eene aangename reuk; de offeraar zelf deelt dan volkomen in zijne gunst, het dier heeft van het begin tot het einde zijne plaats vervangen en alzoo hem verzoend en in G-ods gemeenschap hersteld. Aan dezen cultus ontleende Jesaja de trekken voor zijne teekening van den knecht des Heeren; de poena vicaria kan niet sterker worden uitgedrukt dan in Jes. 53; de knecht des Heeren heeft onze krankheden op zich genomen en onze smarten gedragen; Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door zijne striemen is ons genezing geworden. De Heere heeft ons aller ongerechtigheden op Hem doen aanloopen. Om de overtreding des volks is de plage op Hem geweest. Hij heeft zijne ziel tot een schuldoffer gesteld. Zelf een rechtvaardige, zonder onrecht of bedrog, draagt Hij de ongerechtigheden van zijn volk en brengt hun de gerechtigheid aan. Het lijden van den knecht des Heeren ist nicht bloss ein Confessorsn- und Martyrerleiden, wie das der ecclesia pressa, sondern ein stellvertretendes, ein Sühnendes, ein Opfer für die Sünde. Immer und immer wieder kommt dieses c. 58 darauf zurück, und wird nicht müde es zu wiederholen 1).

Nog duidelijker "komt dit alles in het Nieuwe Testament aan het licht. Ten eerste komt hier de uitdrukking Xvzqov in aanmerking, Mt. 20:28, Mk. 10:45, 1 Tim. 2:6; het duidt naar zijne afleiding van Avttv, losmaken, het middel aan, waardoor iemand losgemaakt, uit banden of gevangenis bevrijd wordt, en beteekent dus in het algemeen rantsoen of losgeld. In de LXX is het de

) Delitzsch, Comm. fiber Jesaia 2 1869 bi. 557.

Sluiten