Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vreugde. Zijne besnijdenis, Luk. 2: 21, strekte tot bewijs, dat Hij waarachtig mensch en Abrahams zaad was, dat Hij als zoodanig stond in de gemeenschap onzer zonde en het teeken der afsnijding van die zonde ontvangen moest, en tevens dat God zijn God en Hij Gods Zoon was; zijne besnijdenis wees heen naar en werd voltooid in Zijn dood, Col. 2 :11, 12 !). Zijn doop, dien Hij als de Heilige evenmin als de besnijdenis voor zichzelf van noode had, Mt. 3.14, geschiedde, omdat het Hem als middelaar betaamde, nhjQwaui Tiuauv ótxuioavvrjv, al het recht der wet te voldoen en de gansche, volle gerechtigheid aan te brengen, die de wet van Hem eischte; omdat Hij als zoodanig in de gemeenschap der zondaren staande, het teeken en zegel zijner gemeenschap met God ontvangen moest, als de Zoon, in wien de Vader al zijn welbehagen had; en omdat Hij met den H. Geest gezalfd en bekwaamd en alzoo ingewijd moest worden tot zijn openlijk optreden als de Christus, die zelf alleen doopen kan met den H. Geest en met vuur, Mt. 3:11 17, cf. parall., Hd. 10:38 a). De verzoeking, die terstond na den doop plaats had en voorts telkens tot in Gethsemané toe zich herhaalde, cf. dxqi xuigov, Luk. 4: 13, Joh. 12 :27, Mt. 26 : 39, Hebr. 4 :15, 5:7, 1 Petr. 2 : 23, had ten doel, dat Christus, die zoo pas het teeken en zegel van zijne gemeenschap met God en de gaven des H. G. ontvangen had, deze gemeenschap ook tegenover alle verleiding van Satan en wereld zou handhaven, als de tweede Adam het verbond met God niet verbreken, maar voor zich en de zijnen in stand houden en bevestigen zou, en als de barmhartige Hoogepriester, in alles verzocht zijnde als wij, ons in onze zwakheden en verzoekingen zou ter hulpe komen 3). Al de woorden en werken, welke Christus gedurende zijn leven gesproken en gedaan heeft, zyn eene uitvoering van Gods wil, Joh. 5:19v., 6 : 38, en hebben ten doel, om den naam, de deugden, den raad en het welbehagen Gods beide in wet en Evangelie bekend te maken, Mt. 11:27, Joh. 1:18; om zijne priesterlijke barmhartigheid te

*) Oudere litteratuur over de besnijdenis van Christus, als van Gerhard, Witsius, Gerdes e. a. bij De Moor, Comm. V 276. M. Vitringa, Doctr. V 531. Het feest dier besnijdenis op 1 Jan. wordt het eerst vermeld in can. 17 van de Synode van Tours 567.

2) Gomarus, Op. I 19 v. De Moor, Comm. V 510. M. Vitringa, Doctr. V 539. Bornemann, Die Taufe Christi durch Joh. in der dogm. Beurteilung der Christl. theologen der vier ersten Jahrh. Leipzig 1896.

) Gomarus, Op. I 23 v. De Moor, Comm. IV 36. M. Vitringa, Doctr. V 540.

Sluiten