Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schreven. Terstond na zijn sterven is Christus in zijne ziel ad inferos neergedaald en daar zoolang gebleven, als zijn lichaam lag in het graf; Hij ging daar niet heen om te lijden, maar om als een overwinnaar de daemonen te verslaan en hun hunnen buit te ontnemen; bepaaldelijk ontroofde Hij hun die heilige vaderen des Ouden Verbonds, die, schoon geene andere smarten lijdend, toch de zalige aanschouwing Gods misten, en door het verlangen naar die heerlijkheid werden gekweld, maar die nu door Hem uit den limbus patrum werden bevrijd en (later, bij zijne eigene hemelvaart) naar den hemel werden overgebracht; en eindelijk heeft Hij ook in het vagevuur zijne macht en kracht bekend gemaakt, om aan allen, die daar van Adams dagen af vertoefden of later vertoeven zouden, en voor wie vóór zijn lijden en sterven de poorten des hemels gesloten waren, de zaligheid te schenken *). De theologen bepalen zich tot deze vrucht van Christus' nederdaling ter helle, of voegen er op voorgang van Clemens, Origenes enz. aan toe, dat die descensus ad inferos ten goede kwam aan allen, die „bei ihrem

Tod für den Empfang der Erlösungsgnade irgendwie disponirt waren 2)."

De Reformatie kon deze uitlegging van het artikel niet overnemen, omdat zij eene andere gedachte koesterde over de beteekenis van het Oude Verbond en de zaligheid dergenen, die in die bedeeling in het geloof gestorven waren, maar vond geene verklaring, die allen voldeed. Luther droeg verschillende opvattingen voor en eindigde met een non liquet 8); maar de Luthersche kerk legde zich ten slotte in hare belijdenis bij deze verklaring neer, dat Christus naar beide naturen, met ziel en lichaam, na de begrafenis naar de hel is gegaan, den duivel overwonnen, en de macht der hel verstoord heeft; de theologen breidden dit dan nog zoo uit, dat Christus op den morgen van den derden dag, na de vivificatio of resurrectio interna en vóór de resurrectio externa, met ziel en lichaam, naar de hel is gegaan, en daar aan Satan en alle verdoemde geesten, door eene praedicatio non evangelica sed legalis, elenctica, terribilis, zijne overwinning over dood en hel bekend

') Catech. Rom. I c. 6.

-) TT'. Koch, in Buchberger's Kirchl. Handlexikon I 2006, en verg. verder

Bellarminus, de Christo IV 6—16. Petavius, de incarn. XII 19. 20. XIII15 18.

Scheeben, Dogm. III 298 v. Pesch, Prael. Dogm. IV 242 v. Sim ar, Dogm. bl. 467 v. Pohle, Dogm. II4 201 v. enz.

*) Bij Loofs, Dogmengesch. 779 v.

Geref. Dogmatiek III. q/~v

Sluiten