Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oordeel over de zonde voltrok, heeft Hem door zijnen Geest, die als nvsvfia dyiwGvvrjg in Christus zeiven en ook in alle geloovigen woont, Rom. 8:11, uit de dooden opgewekt, opdat Hij nu niet meer in zwakheid des vleesches, maar in kracht des Geestes leven zou. Gedood is Hij dus wel in vleesch, maar Hij is levend gemaakt in Geest, 1 Petr. 3 : 18. De Geest Gods heeft toch in Christus, ook toen Hij vleesch was, gewoond als de beheerschende macht van zijn leven, als nvevfia ayiwavvrjs, zoodat Christus zich altijd door dien Geest leiden liet en den Vader gehoorzaam bleef tot in den dood toe; en daarom moet die Geest zich nu ook in Christus bij de opstanding als nvsvpa feory? openbaren, die den dood in Christus en ook eenmaal in de geloovigen volkomen overwint, Rom. 8:11. Zoover is Christus nu boven alle zwakheid des vleesches verheven, dat Hij geworden is door de opstanding tot een nvsvfia £wonoiovv,

1 Cor. 15:45; Hij heeft ook na de opstanding nog wel een trwua, Hij is dezelfde Jezus, Hd. 9:5, Rom. 4:24, 8:11, 1 Cor. 12 :3,

2 Cor. 1:14, 4 : 5v.; de tweede en laatste Adam, 1 Cor. 15 : 45 x); Hij heeft datzelfde aufia, waarmede Hij opgestaan is, maar het is een owfia nvevfianxov, in plaats van de (p&OQa, ckiuia en daiïeveicc, welke aan het (ïo)nu ipv%ixov, de <Jno'§ eigen zijn, gansch andere eigenschappen n.1. de dotJuoctu, óo!-a, óvvuutg deelachtig, 1 Cor. 15.42v., Phil. 3:21. Ja, in 2 Cor. 3:17 zegt Paulus: ó ós xvQiog to Ttvsvficc sanv; de apostel wil daarmede niet eene omschrijving geven van het substantiëele wezen van Christus; maar hij komt tot deze uitspraak, wijl hij betoogen wil, dat de Christenen vrij zijn van de wet. Die vrijheid toch vindt daarin haar grond, dat de Heer, d. i. de verhoogde Christus, de Geest is, d. w. z. dat de Geest Gods nu in Christus zoo absoluut woont en zoo ten innigste één met Hem is, dat daardoor aan alle onvrijheid een einde wordt gemaakt, oi ós to nvsvfia xvqiov, sksvtïsQux. De uitdrukking nvsv/na xvoiov bewijst, dat Paulus in het begin van het vers aan geen identificeering van Christus en den H. Geest denkt; de H. Geest is de Geest van Christus, omdat Hij in Christus zeiven woont en omdat Christus zich door Hem aan de zijnen mededeelt, vs. 18 2).

W. Liitgert, Der Mensch aus dem Himmel, Greifswalder Studiën H. Cremer z. 25 j. Jub. dargebracht. Giitersloh 1895 bl. 207—228.

, Gloei, Der H. Geist. Halle 1888 bi. 113 v. Verg. over deze moeilijke plaats ook: Holzmeister S. J. 2 Cor. 3:17 Dominus autem Spiritus est. Eine exeg. L'ntersuchung m. e. Uebersicht über die Gesch. d. Erklarung .dieser Stelle. Innsbruck 1908.

Sluiten