Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26 : 23, dnuQ^t, *u>v xexoi/xrjfievcov, 1 Cor. 15 : 20, ttqwtotoxoc ix twv vexQuiv, Col. 1:18, Op. 1:5. Want Hij was immers ook de eerstgeborene van alle creatuur, Col. 1:18, Op. 1 :5, het hoofd en beginsel van al het geschapene, en ontleende daaraan de macht, om de eerstgeborene onder vele broederen te worden. Zijne goddelijke natuur bleef ook in den dood met zyne menschelijke ziel en lichaam ten nauwste vereenigd, en bezat de almachtige kracht, om uit den dood het leven te voorschijn te brengen. Maar Hij heeft voorts ook door zyn lijden en sterven het recht tot de opstanding verworven, en dus ook in de verhooging van zijne macht geen gebruik gemaakt dan in den weg van het recht. Omdat en gelijk de dood door een mensch in de wereld is gekomen, is ook de opstanding der dooden door een menscli tot beginsel des eeuwigen levens gemaakt, 1 Cor. 15 . 21. Als eerstgeborene in dezen zin, is Christus dus ook opgewekt tot een eeuwig leven; Hij werd wel gekruisigd uit zwakheid, maar leeft thans uit de kracht Gods, 2 Cor. 18:4; wat Hij stierf, dat is Hij der zonde eenmaal gestorven, maar wat Hij leeft, dat leeft Hij thans Gode; Hij kan niet meer sterven, omdat de dood geene macht meer over Hem heeft, Rom. 6: 9, 10. Hij was dood, maar leeft thans in alle eeuwigheid en heeft de sleutels der hel en des doods, Op. 1:18.

Niet minder dikwijls wordt de opstanding van Christus aan de macht des Vaders toegeschreven, en in dat geval eene opwekking genoemd. Jezus spreekt er zelf zoo van, Mt. 16:21 enz., en in de Handelingen en de Brieven der apostelen is dit zelfs de gewone voorstelling, Hd. 2 : 24, 32, 3 : 26, 5 : 30, 13 : 37, Rom. 4 : 25, 8 :11, 34, 1 Cor. 6 :14, 15:13v. enz. De opstanding was niet alleen noodzakelijk met het oog op Christus' eigen macht, bevoegdheid en recht, maar zij was even noodzakelijk krachtens Gods raad en wil. Het moeten in Luk. 24: 26 slaat niet alleen op het lijden van Christus, maar ook op het ingaan in zijne heerlijkheid. Naar den raad Gods was het niet mogelijk, dat Christus door den dood gehouden werd, en daarom wekte God Hem op, de smarten des doods ontbonden hebbende, Hd. 2:24. De dood omstrikte Christus als het ware met zijne smarten, wdivsg naar de LXX voor het Hebr. banden, Ps. 18:5; maar die smarten waren de barenswee├źn der opstanding, die door God in het moment der opstanding ontbonden, teniet gedaan werden. En zoo is Christus naar Gods welbehagen de eerstgeborene uit de dooden geworden; zijne opstanding was eene geboorte uit den dood, en dus eene overwinning van den dood

Sluiten