Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mogelijke visioenen een onderscheiden, kenmerkend karaktex gedragen hebben 1).

Om al deze redenen is ook de theorie van het subjectieve visioen allengs verlaten en verwisseld voor die van het objectieve visioen. Hieronder wordt verstaan, dat de verheerlijkte Christus zelf aan zijne discipelen de zekerheid van zijn voortleven schonk. Hij deed dit dan zoo, dat Hij deze zekerheid in hun hart werkte en daaruit de visioenen bij hen liet voortkomen, of dat Hij de objectieve visioenen bij hen teweegbracht en daaruit hen de zekerheid liet putten van zijn voortbestaan. De verschijningen in die visioenen kunnen dan, alnaarmate men aan het stoffelijke eene mindere of meerdeie waarde voor den geest toekent, meer of minder geestelijk worden gedacht; Christus werd aan hen openbaar als een geestelijk wezen, zonder eenigen lichamelijken vorm, of als min of meer in een lichaam gematerialiseerd. Maar in geen geval verscheen Hij hun in datzelfde lichaam, dat Hij bij den dood had afgelegd en in de opstanding weer zou hebben aangenomen. Deze theorie van het door Keim zoogenoemde „telegram uit den hemel heeft nu wel veel ingang gevonden 2), maar is toch aan niet minder ernstige bedenkingen onderhevig dan die van het subjectieve visioen. Ten eerste laat zij aan de getuigenissen der Schrift, bepaaldelijk aangaande het ledige graf en de lichamelijke opstanding, geen recht wedervaren. Ten andere schuift zij voor het wonder van de lichamelijke opstanding een ander in de plaats, dat veel minder aannemelijk is en den verheerlijkten Christus aansprakelijk maakt

1) Aldus vooral Keim in zijne Geschichte Jesu von Nazara, verg. Hastmgs

Dict. of Christ II 511.

>) Wcisse, Ev. Geschichte 1838 II 432. Keim, Geschichte Jesu von Nazara III 605. Schweizer, Chr. Gl. II 216 v. Lotze, Mikrokosmos 3 1880 III 365 v. Ziegler, Zeits f Th u, K 1896 bl. 260. Reischle, Zur Frage nach der leiblichen Auferstehung Jesu Chr.,' Christl. Welt 1900 bl. 3 v. Id., Leitsatze f. e. akad. Vorl. über die Christl. Glaubenslehre bl. 99. Hamack, Das Wesen des Christ. Akad. Ausgabe bl. 101 v. Dobschütz, Ostern und Pfingsten. Eine Studie zu 1 Kor. 15. Leipzig 1903. Kirsopp Lake, The historical evidence for the resurrection of Jesus Christ. London 1907 bl. 265—279. Wallis, Die Erscheinungen des auferstandenen Christus, Die Studierstube 1906 bl. 595-599 enz. Verg. daartegen o. a. Ihmels, Die Auferstehung Jesu Christi. Leipzig 1906. Hom, Der Kampf urn die leibliche Auferstehung des Herrn, Neue Kirchl. Zeits. 1902 bl. 241-249. Th. Korf, Die Auferstehung Christi und die radikale Theologie. Halle 1908. Steude, Die neueren Verhandlungen über die Auferstehung Jesu Christi, Beweis des Glaubens 1906 bl. 46—58.

Sluiten