Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waardigheid en eere, welke onder die van G-od zeiven denkbaar en bestaanbaar is. Engelen staan voor Gods aangezicht en bedekken zich het aangezicht, 1 Kon. 22:19, Jes. 6:2, en de priesters stonden eiken dag dienende in den tabernakel, Hebr. 10.11, maar de Zoon is gezeten aan Gods rechterhand, Hij heeft eene macht ontvangen, welke niet met de almacht identisch is, maar toch alle macht omvat in hemel en op aarde. Hij werd eene heerlijkheid deelachtig, welke niet aan de Goddelijke gelijk is, maar toch die van alle schepselen verre overtreft. En Hij ontving eene waardigheid, welke alle knie in hemel, op aarde, en onder de aarde voor Hem zich buigen doet en alle tong belijden doet, dat Hij de Heei is tot heerlijkheid Gods des Vaders. Thans zien wij nog wel niet, dat Hem alle dingen onderworpen zijn, maar Hij is toch reeds met heerlijkheid en eere gekroond, en moet als Koning heerschen, totdat Hij alle vijanden onder zijne voeten gelegd zal hebben, 1 Cor. 15 :25, Hebr. 2:8, 9. Zoo is dit dan onze troost, dat wij zoodanig een hoogepriester hebben, die gezeten is aan de rechterhand van den troon der majesteit in de hoogste hemelen, Hebr. 8:1. Er zit een Priester-Koning op den troon van het heelal, die zijne hoogste verhooging bij zijne wederkomst ten oordeele nog tegemoet ziet : maar deze komt later bij de leer der laatste dingen in behandeling.

402. Toen Christus op aarde nederdaalde, werd Hij arm, daar Hij rijk was, 2 Cor. 8:9, maar toen Hij opstond en ten hemel voer, nam Hij met zich een schat van verdiensten, welke Hij door zijne gehoorzaamheid tot den kruisdood toe zich verworven had. Deze weldaden zijn niet van zijn persoon af te scheiden, maar liggen in zijn persoon besloten en omvatten niet minder dan de gansche zaligheid. God heet in de Schrift menigmaal fftovrjQ, Luk. 1:47 enz., maar ook Christus draagt telkens dien naam, omdat Hij zijn volk zalig maakt van hunne zonden, Mt. 1. 21, Luk. _i.ll. Hij is de √ľo^jog trc rronroiag, Hebr. 2 : 10, akiog aonWag cumviov, Hebr. 5:9, en zijn Evangelie is het Evangelie riyc (Jon^oiag, Ef. 1 : 13. Deze awzt^ia is eene bevrijding van de zonde en al hare gevolgen en een deelgenootschap aan de hoogste zaligheid; zij staat daarom tegenover ibuvuxog, 3 Cor. 7 : 10, dn co Ze ia, Phil. 1. 28, 1 Thess. 5:9, en duurt tot in eeuwigheid, Hebr. 5: 9. Daarom begrijpt zij vele bijzondere weldaden onder zich, die alle in de Schrift

ook afzonderlijk worden genoemd.

Bovenaan staat de xuzaZZayrh reconciliatio, verzoening. De offerande

Sluiten