Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•door zijne offerande de zonde bedekkende, Gods toorn af en verwerft zijne genade. Xn het xocvaXXaGGsiv treedt God zelf als liet subject op, 2 Cor. 5:19; door Christus te geven tot 'daatr^iov, brengt Hij tusschen zich en de wereld eene verhouding van vrede tot stand. Hij toornt niet meer; wat Hem tot onzen avnóixog maakte, n.1. de zonde, is door Christus' offerande bedekt; Hij stichtte in Christus eene zoodanige verhouding, waarin wij Hem niet meer tegen ons hebben; Hij legde zijne vijandschap af, wijl hare oorzaak, de zonde, is weggenomen door den dood van Christus, en staat nu tot de wereld in eene verhouding van vriendschap en vrede; xccralXayrj is dus de door expiatio, placatio, Versühnung, propitiation tot stand gekomene reconciliatio, Versöhnung, reconciliation, atonement. Deze xaiaA/.ayij is de inhoud van het Evangelie; alles is volbracht, God is verzoend, er is onzerzijds niets meer te doen; en heel de öiaxovia xrfi xaxa'L'kuyifi bestaat in de uitnoodiging tot de menschen: xceia/.'/.ayi^s tm <'>£';>, legt gij ook uwerzijds de vijandschap af, gaat in in die verhouding van vrede, in welke God door de offerande van Christus zich tot zondaren gesteld heeft, gelooft het Evangelie, Rom. 5:9, 10, 2 Cor. 5:18 21, cf. Ef. 2 :16, Col. 1: 20—22 1). Reeds hiermede is die gansche voorstelling geoordeeld, welke voldoening en verzoening scheidt en de laatste tot stand doet komen, wanneer de mensch gelooft en zich bekeert. De menschen verzoenen zich niet met God, alsof zij met en naast God het subject der verzoening waren; maar God heeft de wereld met zichzelven verzoend, zonder haar toedoen, buiten haar om, zonder dat zij er het minste aan toegebracht heeft of aan behoeft toe te brengen; menschen ontvangen alleen de verzoening als eene gave, Rom. 5:11, en ze nemen ze aan door het geloof, 2 Cor. 5 : 20.

Maar uit deze ééne weldaad der verzoening, door Christus verworven, vloeien allerlei weldaden voort. Dat kan ook niet anders. Als de verhouding tusschen God en de wereld in het reine is, dan komt te zijner tijd alles in orde, ook de verhouding tusschen hemel en aarde, engelen en menschen, menschen onderling, en ook de verhouding der menschen tot zonde, dood, wereld, Satan enz. In de sfeer van het recht is het pleit beslist. God heeft gelijk en daarom wordt Hij vroeger of later overal, op alle terrein, en voor

3) Cremer, Wörterbuch s. v. il en xarall., Philippi op Rom. 5 :10. Holtzmann, Neut. Theol. II 99 v. Stevens, Theol. of the New Test. bl. 413 v. S. R. Driver, art. Propitiation in Hastings D. B. IV 128—132 enz.

Sluiten