Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doening niet; zij namen evenals de Gereformeerden aan, dat velen binnen en buiten de grenzen van de Evangelieverkondiging verloren gingen. De toepassing der zaligheid werd dus van hare verwerving losgemaakt, zij kwam er toevallig bij, maar was er niet vanzelve mede gegeven en vloeide er niet van nature uit voort. God had dus zijn Zoon tot den dood des kruises verordineerd, zonder den bepaalden raad van iemand zekerlijk zalig te maken; Christus verwierf door zijn dood voor niemand zekerlijk de zaligheid; de toepassing der zaligheid hing ten slotte geheel af van den vrijen wil des menschen. Deze wil moet het werk van Christus aanvullen, vruchtbaar maken, in werkelijkheid doen overgaan. Dat is, voor Christus blijft alleen over de verwerving, niet van de werkelijkheid, maar slechts van de mogelijkheid der zaligheid, niet van de feitelijke reconciliatio, maar van de potentiëele reconciliabilitas, van „the salvable state". Christus verwierf voor God alleen de mogelijkheid, om een verbond der genade met ons aan te gaan, de vergeving der zonden en het eeuwige leven ons te schenken, indien wij n.1. gelooven. Het voornaamste van het werk der zaligheid, datgene wat ons werkelijk zalig doet worden, dat blijft voor ons nog te doen over. Christus maakte het verbond der genade zelf niet vast in zijn bloed, Hij maakte niet, dat de zonden van zijn volk vergeven zijn, maar Hij sprak alleen uit, dat er van Gods kant geen bezwaar is, om een verbond met ons aan te gaan en de zonden ons te vergeven, indien wij en nadat wij onzerzijds gelooven. Voor ons heeft Christus dus eigenlijk niets verworven, maar alleen voor God de mogelijkheid, om ons te vergeven, als wij de geboden des Evangelies vervullen 1).

De universalisten komen er daarom toe, om de waarde en kracht van Christus' werk te verminderen. Wat zij, en dan nog slechts schijnbaar, winnen aan quantiteit, verliezen zij aan qualiteit. Rome leert, dat de zonden, vóór den doop begaan, d. i. in den regel de erfzonde, in den doop vergeven worden. Na den doop blijft echter de concupiscentia over, die zelve geen zonde is, maar toch aanleiding tot zondigen wordt. De dan begane zonden worden in het sacrament der boete vergeven, wat de schuld en de eeuwige straf betreft; maar de tijdelijke straf moet door den mensch zelf hier of in het vagevuur worden gedragen 2). De Remonstranten zeiden,

') Dordsche Canones II. Verw. d. dwal. *) Conc. Trid. VI 30. XIV c. 8. 9 can. 12—14.

Sluiten