Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sterk op den voorgrond, en wordt het aardsche leven van Christus dikwerf opgevat als eene voorbereiding voor de hoogepriesterlijke werkzaamheid, welke Hij thans uitoefent in den hemel. Om dit hoogepriesterlijk ambt te kunnen vervullen moest Hij de Zoon zijn, die als het afschijnsel van Gods heerlijkheid en het uitgedrukte beeld zijner zelfstandigheid alle dingen schiep, onderhoudt, en ten erve ontvangt, Hebr. 1: 1 —3, 4:14, 5:5, 9 :14, maar moest Hij ook in zijne menschelijke natuur door lijden en beproevingen gehoorzaamheid leeren, en zoo „volmaakt", voltooid, ten volle vooren toebereid worden tot de hoogepriesterlijke bediening in den hemel, 2 :10v., 4 :15, 5 : 7—10, 7 : 28. Nadat Hij alzoo zijne ééne, volmaakte offerande gebracht en daardoor de reinigmaking onzer zonden bewerkt had, 1:3, 7 : 27, 9 :12 enz., is Hij als hoogepriester, niet met het bloed van bokken en kalveren, maar door zijn eigen bloed, 9:12—14, door den tabernakel van zijn lichaam, 9 :11, en door het voorhangsel van zijn vleesch heen, 10: 20, ingegaan in het hemelsche heiligdom, dat in het heilige der heiligen van den Oudtestamentischen tabernakel zijn schaduw en voorbeeld had, 6:20, 9 : 12, 24, om daar ten onzen behoeve voor Gods aangezicht te verschijnen en te bidden voor hen, die door Hem tot God gaan, 7 : 25, 9 : 24.

Uit deze voorstelling in den brief aan de Hebreën leidden de Socinianen af, dat Christus op aarde nog niet in eigenlijken zin priester was, dat zijne offerande aan het kruis nog niet het ware offer was, maar dat dat alles nog behoorde tot zijne voorbereiding en bekwaammaking; priester in vollen, waarachtigen zin werd Christus eerst in den hemel, toen Hij daar inging met zijn eigen bloed en plaats nam aan Gods rechterhand, om daar eeuwig voor de zijnen te leven en te bidden; want evenals onder het Oude Testament de verzoenende handeling niet bestond in het slachten van het offerdier, maar in de besprenging van het bloed op het altaar of op het verzoendeksel, Lev. 16 :11—16, zoo brengt Christus de verzoening eigenlijk niet op aarde door zijn dood, maar in den hemel door zijne voorbede tot stand x). In den nieuweren tijd is deze gedachte door anderen, vooral door en sedert "William Milligan, vernieuwd; ook zij beweren, dat volgens den brief aan de Hebreën het priesterschap van Christus eerst met zijne hemelvaart begint en dat het bestaat in de in den hemel

Socinus, de Jesu Christo Servatore, BibL Fr. Polan. II 164. Volkelius, de vera relig. III 37. Fock, Der Socin. bl. 635. 646 v.

Sluiten