Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christus leed weldoende en overwon, laten de geloovigen zijne voetstappen drukken! En evenals over alle gevallen geesten, zoo heeft Christus als middelaar ook macht in zijn regnum potentiae over al zijne vijanden. Hij zal niet rusten, voordat zij allen onder zijne voeten zijn gelegd.

Als Christus aan het einde der dagen zijne gemeente en alle zijne vijanden overwonnen zal hebben, dan zal Hij de pccodeicc, het koningschap, het koninklijk ambt, aan den Vader overgeven. Zijn middelaarswerk is dan voleindigd. Het werk, dat de Vader Hem opdroeg, is volkomen volbracht. God zelf is dan koning eeuwiglijk en altoos. Over den aard dezer onderwerping van Christus aan den Vader ontstond reeds vroeg verschil. Marcellus van Ancyra schreef eene verhandeling over de onderwerping des Heeren Christus, en werd beschuldigd van de leer, dat het rijk van Christus en ook de vereeniging der menschelijke natuur met den Logos een einde nemen zou 1). Marcellus werd door Eusebius en later door Basilius bestreden; het Nicaeno-Constantinopolitanum voegde aan de belijdenis, dat Christus wederkomen zou om te oordeelen levenden en dooden, de woorden toe: ov rrjg jücHfiXsiccg ovx scfzai rsXoc, cujus regni non erit finis 3). Later leerden de Socinianen, dat Christus, dien de Vader tijdelijk tot stadhouder aangesteld had, eenmaal aftreden zou, evenals een veldheer, na de overwinning behaald te hebben, zijne macht en heerschappij aan den vorst teruggeeft; en zij leidden daaruit af, dat de Zoon Gods, wijl Hij eenmaal onderworpen zou worden aan den Vader, niet de hoogste God kon zijn 3). Onder de Gereformeerden was er ook verschil; sommigen zeiden, dat het koningschap van Christus oeconomisch en

') Schwane, D. G. II 136. 148. Volgens Scheel, Die Anschauung Augustins über Christi Person und Werk. Tübingen 1901, is het niet onmogelijk, dat Augustinus • zeitweilig der Ueberzeugung gewesen ist, es werde die Zeitdauer der Verbindung des \ erbum met dem Menschen keine ewige sein". Kattenbusch, deze woorden aanhalende, Theol. Lit. Zeitung 28 Marz 1903, col. 204, voegt eraan toe: so oft Augustin von einer Nothwendigkeit des Kommens Christi redet, so zwingt ihn sein Neoplatonismus, doch diese nur als eine relative zu bezeichnen. Doch uit dit laatste volgt nog volstrekt niet de tijdelijkheid van de vereeniging der beide naturen in Christus.

-) Halm, Bibl. der Symbole bl. 146—166, verg. Petavius, de incarn. XII 18. Pesch, Prael. IV 84.

) A erg. daartegen Petavius, de trin. III 5. Bisterfeldius, de uno Deo, Patre, Filio ae Spiritu Sancto I 2, 26. M. Vitringa, Doctr. V 443—446.

Sluiten