Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door dien Geest gaf Hij zich over in den dood, Hebr. 9 :14, en werd Hij in de opstanding krachtiglijk bewezen de Zoon van God te zijn, Rom. 1:3. In de veertig dagen, die er verliepen tusschen zijne opstanding en hemelvaart, gaf Hij bevelen aan zijne discipelen door den Heüigen Geest, Hd. 1:3. En bij de hemelvaart, waarin Hij alle engelen, machten en krachten zich onderdanig maakte Ef. 4 : 8, 1 Petr. 3 : 22, is Hij den Heiligen Geest met al zijne gaven ten volle deelachtig geworden. Opvarende in de hoogte, heeft Hij de gevangenis gevangen genomen, heeft Hij aan de menschen gaven gegeven en is boven al de hemelen verheven, opdat Hij alle dingen vervullen zoude.

Deze inbezitneming van den Heüigen Geest door Christus is zoo volstrekt, dat Paulus in 2 Cor. 3:17 zeggen kan, dat de Heer, en dat is Christus als de verhoogde Heer, de Geest is. Daarmede'wil Paulus het onderscheid tusschen beide niet uitwisschen, want in vers 18 spreekt Hij terstond weer, evenals op andere plaatsen, Rom. 8: 9, Gal. 4:9, van den Geest des Heeren en duidt Hem daarmede aan als den Geest, die Christus toebehoort en van Hem uitgaat. Maar bij de hemelvaart is de Heilige Geest in zulk eene mate het eigendom van Christus geworden, dat deze zelf als de Geest kan worden aangeduid. In zijne verhooging is Hij geworden tot levendmakenden Geest, 1 Cor. 15:45. Hij bezit thans de zeven Geesten, den Geest in al zijne volheid, zooals Hij de zeven sterren heeft, Op. 3:1. De Geest van God, den Vader, is geworden de Geest des Zoons, de Geest van Christus, die niet alleen in het Goddelijk wezen, maar in overeenstemming daarmede ook in de bedeeling des heils, van Vader en Zoon beiden uitgaat, en evengoed door den Zoon als door den Vader gezonden wordt, Joh. 14-26 1'': ~Ö> 16 : '• De G-eest, die tijdens zijn verblijf op aarde reeds zonder mate op Christus uitgestort was, is thans in de verhooging ten volle het beginsel van zijn leven geworden; al het physische en psychische leven heeft Hij afgelegd ; Hij is thans levendmakende Geest, en zal thans zijne gemeente langs denzelfden weg tot de heerlijkheid leiden.

412. De eerste werkzaamheid, welke Christus na zijn verhooging verricht, bestaat daarom in de uitstorting van den Heiligen Geest. Omdat Hij zelf door de rechterhand Gods werd verhoogd en van den Vader de belofte des Heiligen Geestes, dat is den door God in het Oude Testament beloofden Heiligen Geest, ontvangen had,

Sluiten